Collet vs Van Breugel 9&8

Ondanks een putt van 12 meter waarmee ik de zevende op de Goyer wist te halven.

Ondanks weken van voorbereiden en elkaar opjutten.

Ondanks dat Foeke een aardige vent is.

Ondanks dat de baan er fantastisch bij lag.

Ondanks etcetera en enzovoorts, werd ik met boter en suiker ingemaakt. ‘Everybody makes mistakes, I made them all’. Foeke speelde nagenoeg foutloos.

De eerste hole vertelde het volledige verhaal. Foeke vanaf de tee 220 meter recht als een meetlat. Ik mijn eerste bal vorstelijk getopt. Mijn tweede slag (wel goed) eindigde midden op de fairway, op 90 meter van de vlag, op een takje dat er uitzag als een Olympisch gevlochten kroon. Onmogelijk te verwijderen zonder de bal te bewegen. Ondanks deze tegenslag maakte ik toch nog bogey. Foeke had op de green goed gezien dat hij zijn bal voor een geslaagde putt met een bananencurve moest spelen, en jawel, zijn bal eindigde na een enorme boog in het hart van de hole. Birdie voor hem. Zo een dag dus.

Schaamte, woede, verdriet en wanhoop bij mij. Een lach van Eemnes tot Tokio (en weer terug) op het gezicht van Foeke. Verdere kenmerken van hem op deze bijzondere dag: een lichte tred, een complimentje hier, een schouderklopje daar – de voorkomendheid zelve, kortom.

Dank Foeke, het was een genoegen voor jou dit avondje op de Goyer, in de ondergaande zon. Maar of het wederzijds was?

Ruud van Breugel

(De wedstrijdleiding ontving ook een kort bericht van Foeke, die zich verontschuldigde voor zijn formidabele spel: “Ruud was niet opgewassen tegen een zeldzaam goede dag van mij op een prachtige Goyer: 9&8. Bijna gênant.”)