Cijferlijst

Het is de meest eenvoudige manier om in één oogopslag duidelijk te maken hoe gepresteerd is,  maar doen rapportcijfers wel recht aan een jaar van bloed, zweet en tranen?

‘Ik vind het wel hard hoor, om ze zo met kille cijfers te beoordelen… maar goed, hierbij’, was de begeleidende tekst van collega K toen ze me de cijferlijst opstuurde met daarin haar oordeel over de prestaties van de Tourspelers over het afgelopen jaar. Geen uitleg, geen nuance, alleen een heel of half cijfer. En wat K in die ene zin schreef, onderschrijf ik hier. Alleen cijfers dekken de lading niet. Zeker niet in een jaaroverzicht.

Ik ben een Montessorikind van de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig. Wij hadden geen cijfers op school en de toen nog facultatieve Citotoets werd om principiële redenen niet afgenomen. De meester keek, woog, zag al dan niet of het goed was, en voorzag je werk meestentijds met een sierlijke krul om dat te onderstrepen.

Ook op het voortgezet onderwijs bleven cijfers bijna tot het examen taboe. Had je je werk goed gemaakt? Kreeg je een plus. Héél goed? Dubbele plus. Was het resultaat twijfelachtig? Kwam je thuis met een omgevallen T: de halve plus. Een onvoldoende was een onweerlegbare min maar de vierkantjes, gevarendriehoeken of stopborden onderaan de streep waren wel héél ver verwijderd van een heldere 6, 7 of 8.

Elke zes weken stond ik thuis met een strookje papier met daarop mijn vorderingen. Zelden leverde het geld op bij opa’s en oma’s. Niet zozeer vanwege de resultaten maar vooral vanwege de onbekendheid met het gehanteerde systeem. ‘Wat betekent dat tuinhekje?, vroeg mijn opa ooit toen hij het teken ‘#’ zag waarmee we tegenwoordig vooral twitterberichten opleuken, maar die destijds stond voor een uitmuntend gemaakte opdracht.

‘De introductie van rapportcijfers in het begin van de negentiende eeuw maakte het mogelijk om de vorderingen van leerlingen bij te houden en hun resultaten onderling te vergelijken’,  staat te lezen op de site van de Canon van het Onderwijs, en het was ook precies wat ik leerde tijdens de lerarenopleiding. Mét daarbij ook de, in mijn ogen, nog altijd rare regel dat als er teveel voldoendes waren de toets niet goed kon zijn. Tenenkrommend… kon niet iedereen gewoon eens goed geleerd of de docent goed uitgelegd hebben?

Maar goed, we dwalen af. De rapportcijfers in relatie tot het golfjaar 2013. Daar ging dit stukje over.

In het laatste nummer van Golfers Magazine (half december in de winkel en op de mat) staat vrijwel altijd een artikel dat terugblikt op het voorbije jaar, en dan in het bijzonder het jaar van de Nederlandse tourspelers. Soms in lopende tekst, soms slechts met fotobijschriften, en soms met rapportcijfers en begeleidende teksten. Dit jaar kozen we weer eens voor het laatste. Alle collega’s werd gevraagd de spelers van de Europese Tour, Challenge Tour, LPGA, LET en LETAS een cijfer te geven. Hard en kaal, met niets dan een kil cijfer. De resultaten deelden we door het aantal inzenders en voilà, zo was uw jaar. Met nog een briefje van de meester erbij om toch nog enige duiding te geven de soms prachtige cijfers of ruime onvoldoendes.

Dekt een cijfer de lading? Natuurlijk niet. Net zoals het dat op school niet deed. Het is wel een indicatie, maar als alleen op uitkomst gemeten wordt, worden essentiële brokken informatie niet meegewogen. De moeite die gedaan is, de omstandigheden die een rol speelden, het beetje geluk hier, de lading pech daar. Een jaar hard werken is meer dan alleen de uitkomst ervan.

Een kwart eeuw van school en nog altijd in hart en ziel Montessoriaan…