Bladeren

De in het nieuw gestoken Golfers Magazine ziet er prachtig uit, maar maakt ook een beetje weemoedig. Waar blijft de tijd?

We hebben een fraaie bibliotheek op de redactie van Golfers Magazine staan. Zeker vier grote archiefkasten van onder tot boven gevuld met allerhande golfboeken. Honderden boeken, tienduizenden pagina’s. Over banen, over toernooien, over spelers, over hoe je je dit fascinerende spel eigen kan maken. Mooie bladerboeken en heerlijke leesboeken staan zij aan zij. Hoewel ik het gros ervan ken, kan ik de verleiding niet weerstaan er nu en dan eentje uit te halen om aan te snuffelen of zelfs te herlezen.

Maar het liefst van al pak ik wat uit de kast die een beetje apart staat van de rest. Alsof we bij de inrichting van ons nieuwe kantoor wilden zeggen ‘die boeken zijn ons dierbaar, maar dit is ons net even liever’.  En een beetje waar is dat ook wel. De gebonden jaargangen Golfjournaal, Golfnieuws en Golfers Magazine nemen samen een hele kast in, en er is weinig leuker dan door die oude jaargangen te bladeren. 

Och, wat doen de eerste edities van halverwege de jaren tachtig gedateerd aan. Het taalgebruik, de kleding, de reclames zelfs. Een spread voor de nieuwste fax van Motorola…je kan het je nauwelijks voorstellen. Veel internationaler waren die eerste edities ook, vrijwel geheel vertaald uit ons Amerikaanse zusterblad, Nederlands nieuws ontbrak bijna volledig. Golf was hier nog klein dertig jaar geleden, op het randje van elitair en bijna volkssport. Nederlandse spelers die ‘de sprong’ waagden, waren er nauwelijks. De tips waren van de hand van Jack Nickaus en er werden rustig twaalf pagina’s besteed aan een verhaal over Augusta National. Niet over het toernooi, maar echt alleen over de baan. Buitenlandse banen werden besproken in superlatieven, en Nederlands beste baan was de Koninklijke Haagsche, daar was de golfende gemeente het in 1987 over eens.

Bladeren door de jaargangen van Golfers Magazine is als een reis door de tijd. Er kwamen steeds meer verhalen van eigen hand, steeds meer Nederlandse invalshoeken – banen, spelers, reportages — maar altijd met een blik op de wereld om ons heen, met gebruikmaking van de beste content uit Amerika. De reclames voor de faxen en tabak verdwenen, reizen en materiaal kwamen er voor in de plaats. De vormgeving, de fotografie, niets is gebleven zoals het was. Behalve dan natuurlijk de liefde voor de sport die van de pagina’s afspatte en nog altijd spat.

En nu is er dan de eerste editie van 2015. Een nieuwe uitgever, een nieuw jasje, meer pagina’s, een vlottere vormgeving, een nieuw lettertje, een nieuw logo. Deze restyling is méér dan een opfrisbeurt, het is een heuse make-over in vergelijking met het laatste nummer van 2014. Wat nog maar een paar maanden geleden nog een uitstekend tijdschrift was, lijkt ineens hopeloos gedateerd. Zo snel kan het gaan.

Ik zal over vijf, tien, twintig jaar, het eerste nummer van 2015 met een glimlach doorbladeren, weemoedig glimlachen op het verhaal met Luiten (‘Goh, wat was hij toch goed’), me afvragen hoeveel columns Andy Houtkamp onderhand voor ons geschreven heeft, lachen om de productinnovaties die dan volstrekt achterhaald zullen zijn. Maar vooral zal ik genieten van de mooie tijdreis die in 1985 begon en die hopelijk nog decennia lang door zal gaan.

 

(Deze column  verscheen ook op www.golfersmagazine.nl)