Moederdag

Mijn moeder zei altijd ‘het zou eigenlijk elke dag Moederdag moeten zijn’. En ze had gelijk.
 Moeder zijn is een vak, zeker in haar tijd. Vijf kinderen, ik zou niet weten hoe je dat managet als je er nog een baan naast zou hebben. Toen bovendien geen Miele’s of Zanussi’s als huishoudelijke hulpen; die kwamen pas toen haar grut zindelijk was. O ja, een huur-Hoover, eens per maand. Om moeder te ontzien. Neen, de vuile was ging over het wasbord in de tobbe met een heet sopje. Net als wij zelf overigens (niet dat wasbord natuurlijk; ik had lieve ouders).
Moederdagen dat waren tekeningen of gevouwen fröbelwerkjes, met hartjes en bloemen. En ’s moeders ging op die dag - en in die tijd - zeker niet naar de golfbaan. Ze kookte gewoon zelf en wij smulden alsof het een bijzondere dag was.

RT-Moederdag.jpg

Eén Moederdag is me bijzonder bijgebleven. In 1998 beleefde ik die bij de ‘Moeder des vaderlands’, thuis, ten paleize. Namens het ganse volk (opdracht Rijksvoorlichtingsdienst) mocht ik weer een dagje hoffotograaf zijn. Een titel die in het Koninkrijk der Nederlanden overigens niet bestaat! En dat voor de goede orde, want wat de Koot’s en de Huf’s (het zijn bijna altijd eenlettergrepige fotografen) ook op hun visitekaartje lieten prijken, een fotograaf aan het hof is slechts een voorbijganger. Althans volgens de RVD.
Ik ben weliswaar ook eenlettergrepig, maar heb nimmer de pretentie, noch de moed gehad om deze ‘titel’ te bezigen. Wat het rapalje van de royalty-pers uit mijn hoofse optreden ook meende te kunnen concluderen. Enige trots en erkenning, voila, dat wel natuurlijk.
Hoe dan ook, de RVD greep de tweede zondag van mei 1998 aan om ‘De-Familie-bijeen’ plechtig op de kiek te laten zetten, zodat de media weer over vers beeld van ons koningshuis zouden kunnen beschikken. Alsook bezoekende staatshoofden en regeringsleiders, die bij het verlaten van ons koninkrijk steevast een ingelijst en gesigneerd exemplaar in ‘s rijks goodiebag aantreffen.


Het was Huis ten Bosch, tien over tien, bloedheet. Het nette pak zou ons vandaag nog klam om het lijf komen te zitten; aan beide zijden van de camera.

‘De heren zijn wat aan de late kant’ kwam een livreier me verontschuldigend melden. Ik had de tijd en voor de zekerheid die dag maar geen andere klus op de agenda gezet. Bovendien was Ajax al lang en breed landskampioen.
Totdat een tikje op mijn schouder en een bekende stem mij tot actie opriepen. ‘Zullen we dan maar met mij beginnen? Het is kennelijk wat laat geworden gisteravond …’ Het klonk geruststellend, als een moeder tegen haar zoon. Waar wilt u beginnen meneer Taal?
Even later verschenen ook drie zonen, keurig in donker pak. Alleen Prins Claus liet nog even op zich wachten. Verrassingen waren zijn handelsmerk. Hij had, in 1977, al eens een Chinees protocol getrotseerd door een stoet van dertig auto’s te laten stoppen, omdat hij ons een foto van een schilderachtig boerendorpje wilde laten maken. Maar misschien ook wel een beetje omdat het meereizende persgezelschap een beetje lallerig werd van alweer een groepsfoto met het plaatselijke revolutionaire partijbestuur op een schoongeveegd Chinees plein. Vele jaren later schroomde hij niet om zijn verhaal kracht bij te zetten door en plein public zijn stropdas af te doen. Het begin van een revolutie in dresscode-land. De NVGJ worstelt er nog wekelijks mee.
Na enig wachten verscheen ook de prinsgemaal voor de familiefoto. In een groene golfbroek! Bij de RVD zakten spontaan alle broeken af en bij mij scheurde bij een verkeerde beweging het kruis van mijn plakkerige zomerpak, dat de winter en de mot slecht had weerstaan.
Met geknepen billen heb ik de fotosessie voortgezet. Niemand heeft iets gemerkt (of laten merken?).
Zo heurt dat.

Ruud Taal