Mazda Masters De Goyer – het verslag

Mazda_logo_onder_elkaar_kleur_2016_3.jpgVerwachtingen zijn dodelijk in golf. Zelfs – misschien wel juist – op ons niveau. Vertel mij wat, ik ben ervaringsdeskundige. Drie jaar op rij mocht ik als een van de kanshebbers starten in de Mazda Masters (als 4e, 2e en 2e) en drie keer ging ik misschien al wel ten onder voor er ook maar een bal geslagen was. En anders deed ik het later in de ronde wel. Nog pijnlijk helder staat me de plons voor ogen waarmee ik vorig jaar op achttien mijn lot bezegelde. Een simpele ijzer 8 getopt, in de wetenschap dat een bal op de green genoeg was geweest voor de overwinning. Dat is wat druk doet, ook – ik zeg het maar nog een keer, misschien wel juist – op ons niveau. Dat ik dit jaar zonder verwachtingen – want kansloos als zevende geplaatste – naar de seizoensontknoping ging was even logisch als verstandig. Met de dagzege als resultaat. ‘Maar dat is logisch’, zou Cruijff gezegd hebben.

De voorbeelden van spelers die te graag wilden, of anderszins niet met de juiste instelling aan een toernooi of ronde begonnen, zijn legio. Met de overwinning voor het grijpen komen de wielen ineens los en lukt niets meer. Het is écht niet alleen voorbehouden aan leden van onze club. Wie zondagochtend de tv aanzette kon het zelfs live meemaken bij de nummer 1 van de wereld. Zes slagen stond Dustin Johnson voor bij het ingaan van de laatste ronde in het WGC HSBC Champions, acht zelfs op Justin Rose, de verwachting was dat de slotronde een lange ereronde zou worden, en toch won Rose uiteindelijk het toernooi, en niet de lange Amerikaan die in ongeloof het hoofd schudde na 72 holes.

 

Het is een doekje voor het bloeden voor Hans en Sonja in het bijzonder, en ons allen in het algemeen, maar het kan de beste overkomen, nee, het overkómt de besten.

 

Maar heel soms heb je zo’n dag…

 

Rob Hoogland – mijn flightgenoot vanwege het geblesseerd afhaken van Jan Mennega – baalde na afloop van de uitstekend verzorgde avond in het clubhuis van de Goyer wel een beetje. ‘Had je me nou echt niet even kunnen bedanken in je woordje?’, vroeg hij zich quasi beledigd, maar terecht, af. Natuurlijk had ik dat gekund, had ik dat gemoeten zelfs, ook al deed hij na zeven holes iets wat meestal funest is voor een goed vervolg van de ronde: hij zei hoeveel punten ik had.

 

Nog maar een paar weken geleden op Texel zat Hans Botman hoofdschuddend aan tafel omdat hij aan het eind van de ronde iets vergelijkbaars had gezegd tegen Gerald van Daalen die terstond een streep noteerde. ‘Had ik mijn mond nou maar gehouden’, somberde Hans. Had Rob dat ook moeten doen? Nee, en het had ook niet uitgemaakt ook. In de eerste plaats had ik ook wel door dat ik als een bezetene stond te scoren, in de tweede plaats moest hij zó hard lachen terwijl hij het zei, dat ik zelf ook maar wat stond te lachen na mijn tweede opeenvolgende birdie op de par-4 zesde na een up-and-down vanuit de fairwaybunker en een net gelipte birdie putt de hole daar weer na. ‘Je hebt gewoon twintig punten man… na zeven holes’, bulderlachte hij.

 

Twintig punten na zeven holes. Dat waren er daar al vier meer dan de schamele zestien die me een paar weken geleden op de Turfvaert een Kostertje opleverden na een rondje ploeteren.

Niet alleen had ik al belachelijk veel punten, ik stond na zeven holes ‘gewoon’ één onder par voor de ronde. Een luxe die ik nooit eerder mocht ervaren (en ook niet lang vol kon houden, maar dat terzijde) maar die het gevolg was van heerlijk spel. En een beetje geluk, zeg ik er maar direct bij. Want lag mijn drive op hole 1 niet net voorbij de damestee links naast een boom? Sloeg ik mijn bal – bang voor diezelfde boom – niet veel te veel naar rechts zo het bos in, maar vonden Leo en Gjalt mijn bal midden op hole twee? En eindigde mijn blinde ijzer van 120 meter over de bomen ten slotte niet op drie meter van de hole en viel de par? Of neem hole drie, ook daar speelde geluk een kleine rol. Of, nou ja, ik lag wéér achter een boom, waardoor hetzelfde boomtrauma van België ervoor zorgde dat ik geen domme dingen deed, maar simpel oplegde en ook hier met één putt mijn par redde.

 

Dus dat Rob na zeven holes zo hard moest lachen, dat de voor ons lopende Pim en Foeke vroegen of ik nou op wilde houden om de flight voor ons zo te intimideren… ik snapte het wel. Drives waren belachelijk recht en ver, ijzers naar de greens belanden allemaal óp de green, en de putts vielen. Voor het eerst sinds ik begin deze zomer een putter aan liet meten, belandde deze met zorg aangemeten club vorige week op het strafbankje (ik maakte er al maanden geen enkele putt mee…) en de reservespits kweet zich uitstekend van zijn taak. 28 putts over achttien holes. Daar kan je ook op de Tour mee thuis komen. En als ik al eens in de problemen lag, dan kwam ik goed uit de bunker, bleef ik net op het droge liggen, of sloeg ik mijn tweede bal dood bij de vlag. En ook hier is dank voor Rob op zijn plaats. ‘Vanaf hier ga ik er alleen maar voor zorgen dat jij vandaag gaat winnen’, zei hij toen het schip in het zicht van de haven toch water ging maken.

 

23 en 14 punten. Rondje 84. 37 stablefordpunten. Ik teken ervoor.

 

Dat het niet genoeg was voor de zege in het jaarklassement was eigenlijk al bij voorbaat duidelijk. Gelukkig mocht ik door het late afzeggen van Jan als nummer 7 beginnen – die anders dan de nummer 8 in elk geval nog een theoretische kans heeft – maar er moest wel heel veel precies mijn kant op vallen, wilde ik Henri op kunnen volgen.

 

De achterkant van het sigarendoosje ontbrak, maar Henri zat in het fraai verspijkerde clubhuis van De Goyer al druk te rekenen en kwam tot de conclusie dat hijzelf voor het tweede jaar op rij golfer van het jaar was geworden door Hans in de laatste wedstrijd af te troeven, terwijl Ron zijn laatste wedstrijd bij de B-tjes (hij promoveert naar A, tot vreugde van heel wat B-tjes die zichzelf direct grotere kansen toedichtten voor 2018) de dagprijs pakte en daarmee Sonja definitief terugwees. Uren later zat ze nog hoofdschuddend aan tafel… onze culinaire specialiste leverde haar slechtste score in tijden in en was daardoor zelfs niet meer terug te vinden  in de top-3. Ze had het zó graag gewild vandaag. Té graag gewild dus.

 

De afgelopen jaren ging ík ten onder aan mijn verwachtingen en meer dan eens zei ik grappend dat een andere baan voor de finale me een lief ding waard zou zijn. Sterker, ‘s ochtends bij het betreden van het clubhuis was dat nog een van de eerste dingen geweest die ik tegen onze gastheer Jur Raatjes zei. Half grappend, half gemeend. De Goyer is een prachtige baan waar ik alleen nog nooit een fatsoenlijke score binnen had weten te brengen. Tot deze editie van de Mazda Masters. Twintig punten na zeven holes. Eén onder par na even zoveel holes. 37 punten aan het eind van de ronde. Een tweede plaats op de jaarranglijst en winst in het slottoernooi én de openingswedstrijd van het jaar. De basis voor 2018 is gelegd. Een 2018 dat wat mij betreft eindigt op De Goyer met een volgende editie van de Mazda Masters. Met opnieuw goed weer, een uitstekend onderhouden baan, een heerlijk diner, wat mooie woorden over Mazda in de zendtijd van politieke autopartijen, een goed gevulde prijzentafel en veel gezelligheid. En hopelijk opnieuw zonder in de weg zittende verwachtingen. Al verwacht ik daar niet veel van.