Dirkshorn - het verslag

De schaamgrens voorbij (een soort verslag)

“Sinterklaas valt vroeg dit jaar”, zei mevrouw Taal, toen ik met trots de doos met het zojuist verworven raclette- en gourmetstel op de keukentafel zette. “Nee, de eerste prijs”, zei ik heel nuchter, mezelf op voorhand wapenend tegen de - steevast - volgende vraag: ‘Hoeveel punten had je dan?’. “Ahum, nou ja, eh, 27, stamelde ik”. ‘Nou ja zeg, 27 punten, is dat wel prijswaardig?’ “Ach”, zei ik, “het is de Golfpersprijs niet.

RTAAL-Dirkshorn-Groeten.jpg

Zij luisterde met enige verbazing naar mijn relaas over de schaamgrenzen die vandaag overschreden waren en dat de andere helft van de heren ook slecht gescoord had. En over mannen, waarvan wij tot nu toe dachten dat het kerels waren, die besloten hadden om de frisse bries, door hen betiteld als ‘een strot tegenwind’, te trotseren door van ‘rood’ af te slaan. En dat in mijn ogen daarmee het ontbreken van meespelende vrouwelijk clubleden wel in een keer was gecompenseerd. Zo’n dag dus.

“Leuk voor de kerst”. Kunnen we weer eens gourmetten.

Ik kan niet wachten.

En wat gebeurde er verder rond de stamppot te Dirkshorn?

Een rondje langs de dinertafel, waar de gewassen die als kool groeien op de aanpalende West-Friese landerijen gretig werden verorberd. Het leverde behalve wat schaamrood op diverse kaken nauwelijks vermeldenswaardigheden op.

Ron Peereboom Voller: ‘Er gebeurde helemaal niets; saaiste flight ooit’; Hans Terol: “Neary maar wel een streep’; Ger Laan: ‘Ruud, heb je de dubbele regenboog gezien?’ (ja Ger, en zelfs nog gefotografeerd, met enkele misslagen tot gevolg, want dat gaat nog steeds niet samen); Willem van den Elskamp: ‘Hole 1 een bogey, op hole 9 een bogey, daartussen 6 punten en nog 3 op de tweede negen’, waarmee hij nipt de strijd om het Kostertje, waarin het echte venijn zat deze dag, bleek te hebben gewonnen.

Was er dan helemaal niets? Jazeker wel! De onverwachte winnaar in de A-categorie: William Wollring. Hij: “Dat is sinds ‘Heelsum 2010’ niet meer voorgekomen”. Een uitslag met 26 punten als winnaar waarschijnlijk al helemaal nóóit, maar dat terzijde. Overwinnen is belangrijker dan meedoen en dan maakt het geen moer uit met hoeveel punten.

En dan is er gelukkig altijd nog onze goede vriend Henri van der Steen. Als er dan helemaal geen verhaal te halen lijkt, dan blijkt hij telkenmale een soort reddende engel. Bijna had hij de start van de wedstrijd gemist, ‘want ik heb twee en een half uur in allerlei files gestaan en als ik uur eerder zou zijn vertrokken ongetwijfeld drie en een half uur’. Waarmee onze exploderende economie in een keer op praktische wijze verklaard leek. En beste Henri, de enige manier om dat fenomeen de kop in te drukken lijkt het handhaven van de dividendbelasting. Want dat scheelt, volgens zeggen, toch al gauw tienduizenden werklozen die niet meer in de file hoeven staan. Gaat waarschijnlijk wel weer ten koste van jouw pensioenfonds, dat stevig in de dan vertrokken multinationals heeft belegd. Maar ja, we moeten toch wat.

Of het golfdagje van NVGJ’s titelhouder verder van ellende verstoken was gebleven moet helaas ontkend worden. ‘Ik heb slechts 21 punten en dat is de rechtstreekse schuld van de greenkeeper. De onverlaat zette de sproeiers aan toen ik in deze belangrijkste wedstrijd van het jaar (voor de Dirkshornse golfclub mag ik aannemen, RT) met een flitsende start in de flow leek te geraken. Net op het moment dat mijn gedachten richting de 36, misschien wel 38 punten afdwaalden. Ja, toen brak ik. Eigenlijk moet ik ook flightgenoot Botman de schuld geven. Want die waagde het om tijdens mijn backswing met een hoop lawaai een club in zijn tas te gooien. Van de weeromstuit eindigde mijn afslag 14 meter verderop. Ik miste daardoor de birdie en brak voor de tweede keer. Hans Botman daarover: “Had ik niet moeten doen, maar Henri heeft wraak genomen door bij mijn volgende swing hard zijn neus op te halen”.

Henri vervolgt: “Eigenlijk ben ik vandaag drie keer gebroken, want ik heb ooit een omgekeerde #Metoo meegemaakt”. Ik hing aan zijn lippen. De details en de uitleg daarover verzwolgen helaas in het geroezemoes, want er vlogen tegelijkertijd nogal wat grappen over de tafel met een hoog mannen-onder-elkaar gehalte, waarbij de verteller overigens scheen te hebben bekend zich daar ooit schuldig aan te hebben gemaakt. Ook die uitleg ontging mij verder, want onze Brabantse penvriend bracht vervolgens het onderwerp Sinterklaas te berde. Hij komt binnenkort met een verhaal dat de hele zwarte pieten-discussie wel eens voor lange tijd naar de achtergrond zou kunnen verdringen.

‘Hou je maar vast’, als we Henri van der Steen mogen geloven. Het verhaal zal gaan over een duizend jaar oude pooier-basher, dat een heel andere kijk op de goedheiligman zal geven. De Sint was, volgens Henri, eigenlijk een huwelijkskoppelaar; een welgestelde jonge man, die zijn rijkdom zou hebben willen delen met de drie beeldschone dochters van een arme man, die uit pure ellende voorbestemd waren voor de prostitutie (verontruste moeders komen in zo’n sprookje, net als in opera’s zelden voor). Als vruchtbaarheidsritueel zou de rijke jongeling met gouden pepernoten hebben gestrooid. Ja, ja .. Awel, als je nog in sprookjes gelooft, lees dan binnenkort het Brabants Dagblad. Ik zie de discussies nu al reikhalzend tegemoet. Sylvana en consorten zullen ongetwijfeld hun aandeel komen opeisen, ‘alsof zwarte piet er dan opeens helemaal niet meer toe doet?’ Toevallig is het wel hún zwarte piet, hè!

En dan was er voor Henri ook nog een volkomen uit de lucht gevallen prijs, de grootste gemene speler, de golfer met het beste gemiddelde (van wat?; het werd niet duidelijk). Hij kreeg een boek ‘Dát is Pietje Bell!’.

Asjeblieft Henri, vertel het ons: wie is nu eigenlijk de echte Pietje Bell onder ons?

Ruud Taal