Daan

Daan

 

Even was het er. Een sprankje hoop. De avond ervoor hadden we nog uitgebreid over hem gesproken. Daan Huizing. Waarom lukte het bij hem toch helemaal niet meer?

Dat was de avond nadat hij de eerste ronde van het Hauts de France Golf Open had afgesloten met 78 slagen. Vijf bogeys en een dubbel, en geen birdie op de kaart. Het had iets treurigs, al dat blauw. Daar kon de foto van de guitig glimlachende Daan niets aan veranderen.

Maar al een dag later dus die hoop. We kwamen ergens halverwege de ronde binnenvallen op die vernieuwde site van de European Tour. De kaart van Daan. Rood. Overal rood. Alleen maar rood. Zeven birdies op de eerste tien holes, zes achter elkaar van vier tot en met tien. En hij was nog niet eens klaar.

Er kwam nog twee keer rood bij. Geen blauw. Negen onder par, 62. Foutloos.

Dit was de Daan Huizing zoals we die kenden uit zijn amateurtijd. Dit was de man die records verpulverde, die de Lytham Trophy veroverde en in de St. Andrews Links Trophy cijfers neerzette waar niemand ooit ook maar bij in de buurt is gekomen. Dit was de Daan Huizing die op de Challenge Tour in twee weken tijd zowel het Northern Ireland Open als de Kharkov Superior Cup won.

Tjonge, wat hadden we die Daan een tijd niet gezien.

Drie jaar lang al blijkt de Challenge Tour een worsteling. Een gevecht dat iedereen lijkt te kunnen winnen, behalve Daan.

Maar nu leek hij ineens los. Zou het lek boven zijn? Het heilige vuur weer ontbrand? Geen idee. Maar er was iets gebeurd, dat stond voor ons vast.

De volgende dag de bevestiging. Weer vier birdies op de eerste negen. Daan stapte met zevenmijlslaarzen door het klassement. Na de spectaculaire stijging van 120 plaatsen een dag eerder, stoomde hij nu meteen door naar plaats één.

Dit ging hem worden, die derde zege op de Challenge Tour, jubelden we.

Een dubbel bogey temperde de euforie, die een dag later geheel was verdwenen. Nog steeds veel rood, maar ook blauw. En zwart. Rondje 74, weg topklassering. Gewoon weer anoniem.

Hoe kan dat toch? Ja natuurlijk, als we dat wisten, hing Daan waarschijnlijk al gisteren aan de telefoon. Maar is dat echt het ongrijpbare van golf? Zo ben je top, en zo ben je niets meer? Ik weiger dat te geloven. Het zit erin bij Daan. Hij is het niet ineens verleerd. Traint zich drie slagen in de rondte, zit regelmatig in de sportschool. Toegegeven, aan zijn postuur zou je dat laaste misschien niet zeggen, maar het is echt waar. En toch, met al zijn talent, met al die geweldige prestaties als amateur, toch lukt het niet meer.

Dat moet een beetje benauwend zijn. Voor Daan, maar zeker voor al die jonge kerels die nu vol ambitie het profbestaan instappen met bij de amateurs een erelijst die niet eens in de buurt komt van Daan Huizing.

En als Daan het al niet redt, wie dan wel?