A bordo

The Road to Eemnes (2)

A bordo

Zo’n trainingskamp valt waarachter nog niet mee.

De hutkoffers zijn amper uitgepakt als toeters, bellen en een Italiaansengelse stem uitstijgen boven het klotsende water en de eerste drill aankondigen. Uit een oorhoek meen ik iets te horen als “Vada a bordo cazzo” (je herkent de klank, maar hebt geen idee waar het precies over gaat). We liggen nog aan de kade – en naar mijn idee kaarsrecht, dus zo erg kan het niet zijn -, maar worden gemaand om mét zwemvest zes dekken af te dalen.
Van een soepele tred op de trappen is geen sprake, want een deel van het aangemonsterde gezelschap lijkt zo weggelopen uit de audities voor het tv-programma ‘Obese’. De aanblik van het verzamelde volk, in de stijlvolle omgeving van het scheepstheater, geeft wel een iets sprekender beeld van historische scheepsrampen.
Alleen het dansorkest ontbreekt. 

Kapitein Maffuso rept over van alles, maar met geen woord over zeemansgroeten. Dan zal de rest ook wel goed komen. In geval van nood volg ik hém gewoon.

boot.jpg

Na het leukste deel van de ‘show’, het aantrekken van het zwemvest (“fotomoment!”), kennen waterhindernissen geen verrassingen meer en waggelt het gezelschap weer terug naar de scheepshutten. Die zijn volgens een van de cruisekomedianten net zo groot als de cellen in Guantanao Bay, maar hier heten ze luxurious staterooms …
De verticale handicarts hijsen iedereen weer vrolijk de dekken op en neer en het trappenhuis lijkt voor de rest van de reis van ons alleen. Een welkome calorieënverdelger, want je kunt hier 24 uur per dag naadloos dooreten (en volgens mij doen sommigen dat ook …).

Zo hoorde ik terloops een aardige anekdote over het ontbreken van een klimwand aan boord. De uitleg van de kapitein was dat daarvan was afgezien ‘omdat die toch alleen maar gebruikt zou worden als er een buffet bovenop staat’.

Bij de golfsimulator heerst daarentegen een belangstelling van jewelste. Elke dag kan een neary worden gescoord op ‘Pebble Beach’ en is de longest drive goed voor een vetleren medaille, ongeacht de richting waarheen de bal is heengeslagen. Dat is trouwens nog een hele toer, want hier bewegen niet alleen lijf en leden, maar ook bal en afslagplaats.

Cruiseschepen, inmiddels beschikbaar voor meer dan 4.000 passagiers (onze bark is wat bescheidener), moeten oppassen niet het Benidorm van de 21ste eeuw te worden. De witkielen van exotische komaf, die de cruisevaart allure hebben gegeven, worden tegenwoordig bijgestaan door Bulgaren, Serviërs en andere Balkanbewoners. Best aardige mensen, daar niet van, maar ze glimlachen tóch anders.
De begroeting aan boord is ook wat directer geworden. Werden passagiers vroeger met een buiging verwelkolmd, tegenwoordig vragen ze je eerst of je wellicht diarree of een zware verkoudheid onder de leden hebt.

Op de ‘formal nights’ wemelt het gelukkig nog van de smokings en avondjurken, ‘zoals het heurt’; zelfs een verdwaalde Schot in kilt en een Japanse in kimono. Maar, af en toe zie je toch stiekem een paar crocks of gympen onder de feestelijke kleding uitsteken en lijken sommige vrouwelijke scheepsgasten in hun kleerkast te zijn gedoken zonder zich te realiseren dat de rokmode én hun lijven enigszins door de tand des tijds zijn aangetast … Een feestelijk gezicht blijft het wel.

Daags voor elk walbezoek geeft een gepensioneerde professor een lezing over het te bezoeken oord. Het is verbazingwekkend hoe het gesteld is met de aardrijkskundige kennis van de Amerikanen.
De doorvaart van het Panamakanaal begon al om 6 uur ’s ochtends (rijen dik op de voorplecht) en werd 12 uur lang voorzien van een dramatische uiteenzetting over het echec (20.000 doden) van Ferdinand de Lesseps en de triomf van president Roosevelt, die het initiatief nam om het 81 km-lange graafproject door jungle te voltooien. Een wereldwonderlijke klus, dat zeker, maar dit staaltje waterbouw toont op veel technische punten gelijkenis met de sluizen van IJmuiden en daar ga je op een doordeweekse dag ook niet langer dan een uurtje zitten kijken.

Aan gespreksstof nooit gebrek. De maaltijden (en alle eetmomenten tussendoor) verschaffen steeds nieuwe disgenoten. Amerikanen hebben de gewoonte meteen een gesprek te beginnen en generen zich daarbij nergens voor. We schatten in, na anderhalve week tafelen, dat het overgrote deel van onze drijvende teaparty vóór de doodstraf en tégen Obama is.

Die gesprekken leveren echter ook ontwapenende momenten op. Een 75-jarige passagier, die zijn kleinzoon van zes fietsles had gegeven, kreeg door het mannetje een firewall op zijn laptop geïnstalleerd zodat hij ook vanaf zee veilig met hem kon chatten.
“Do you twitter?” vroeg ik hem, waarop de krasse baas vanachter zijn handpalm fluisterde dat hij daarvoor tweemaal daags een pilletje neemt.
Over google’n heb ik daarna maar niet meer gehad.

Ik ontken niet dat sommige ervaringen zijn ‘geleend’ uit de vele anekdotes die op het Promenade Deck de ronde doen (huiskamervraag: 2,8 wandelrondjes  = 1 mijl; het schip vaart 24 knopen/u. Hoe ver ben je na 9 rondjes gevorderd? Antwoorden in de ideeënbus svp).

De zon straalt elke dag opnieuw.

Van golfen is nog niet veel terechtgekomen, maar de golven heb ik nu wel gezien.

Het wordt weer tijd voor vaste grond onder de voeten.

Ruud Taal