Toxandria - het verslag

Over echt golf en zonovergoten dagen

Martijn, vind je nu zelf ook niet dat het een beetje gênant begint te worden?’, vroeg Poppe me toen duidelijk werd dat ik weer gewonnen had. Weer ja. Vijf keer deed ik tot nu toe mee dit seizoen, één keer werd ik tweede, de overige vier wedstrijden won ik. Een beetje gênant is dat wel ja…

toxmartijn.jpeg

Martijn in de bunker (foto Friso Leunge)

Ga maar na. De Mazda Masters won ik, met 37 punten. De Dekselse Texelse won ik, met 75 slagen (omgerekend 35 punten), op Purmerend won ik, met 39 punten, en nu dus op het fraaie Toxandria, waar 35 punten genoeg waren voor vier uit vijf. En die ene andere wedstrijd dan? Op Olympus kwam ik ‘slechts’ tot 33 punten, waarmee ik Leo van de Ruit voor moest laten gaan.

Nu heb ik door de jaren heen best wel wat potjes gewonnen, maar een start als deze is ongekend. Op één wedstrijd na speelde ik tot nu toe alles in de buffer, en zoals we weten is dat bij onze club vaak (heel vaak, te vaak) ruim voldoende om naar de kiss-miss van dienst te mogen. Ook op het prachtige Toxandria, al zag dat er na negen holes nog allerminst naar uit met maar veertien punten op de teller en een flink aantal gemiste fairways.

Aan het gezelschap kon het niet liggen. Friso en ondergetekende hadden het geluk te zijn ingedeeld met Eline van Unnik. Lid van Toxandria en het comité dat het roemruchte Dutch Junior Open organiseert, maar bovenal uitstekend golfer. Een échte golfer zeg ik altijd over mensen die een handicap lager dan vijf hebben.

Met handicap 4,8, akelig verre drives en uitstekend putten tikte ze ontspannen 35 punten bij elkaar. Met iets beter chippen was ze ruim onder die tachtig gedoken zelfs. Mooi om te zien, en gek genoeg hoopgevend bovendien. Ondanks haar 23 lentes had ze de clubs enkele jaren met rust gelaten, om ze pas een goede twee jaar geleden weer op te pakken. Handicap 22 had ze op dat moment, nu dus ‘iets’ lager. Zou een golfsabbatical dan het antwoord zijn om snel beter te gaan spelen?

Kijkend naar mijn eigen spel ben ik geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden en is juist het tegendeel het geval. De afgelopen weken speelde ik belachelijk veel rondes. Mijn rondje op ‘Tox’ was het tiende in elf dagen. Niet omdat ik een stuwmeer aan vrije dagen heb (hoewel, dat ook, want vindt maar eens tijd ze op te nemen…) maar omdat alles en iedereen die wat organiseert in de golfwereld, dat het liefst doet in de maanden mei en juni. Met het grootste gemak kan je als golfstukjesschrijver zes weken vrijwel non-stop op weg zijn, dus in dat licht bezien vallen die tien rondjes nog mee. Er wordt vaker ‘nee’ dan ‘ja’ gezegd. Er moet soms thuis vlees gesneden worden tenslotte, en met een zoon die eindexamen doet is de belangrijkste plek deze weken thuis.

Op welke uitnodigingen dan wel werd ingegaan? De eerste trip bracht me naar Le Golf National en nog een paar banen in de buurt van Parijs, de tweede naar het uiterste zuidwesten van Engeland, met onder meer St. Enodoc. Henri gaat er binnenkort in de buurt wandelen en noteerde snel de banen waar we speelden. Je kan immers nooit weten… Schitterende banen, heel anders dan we in Nederland gewend zijn, maar waar je na menig reis even nodig hebt om te acclimatiseren op de Nederlandse banen, was daar in Molenschot geen sprake van.

De baan van de negentig jaar oude club waar we te gast waren lag te stralen in de zon (het lijkt wel altijd schitterend weer als we daar mogen spelen, hoe doen ze dat toch?) en was in uitmuntende staat. Fraaie fairways, prima bunkers, geweldige greens. De junioren die hier in juli strijden om het groene jasje mogen aan de bak om de bosbaan te bedwingen. Hij mag dan niet lang zijn, het is en blijft een tricky ontwerp, al werd er goed gescoord deze dag. Zo won Sonja in B – en dat ondanks het feit dat ik haar bijna geraakt had met een afzwaaier – met 38 punten. Minder dan waar ze voor wegging (‘Ik had veertig punten in mijn hoofd’) maar nog altijd goed voor een handicapverlaging.

Er werd niet alleen prima gescoord, er werd ook volop genoten. Van het prachtige terras naast hole achttien, van de gratis ballen op de range, van de uitstekende barbecue, van het goede gastheerschap, van het letterlijk en figuurlijk warme welkom, van elkaar. De thuisblijvers (of zij die zich een dag vergisten…) kregen duidelijk ongelijk!

Zelf kwam ik niet tot een verlaging van mijn handicap vandaag, maar het feit dat ik van mijn op Purmerend behaalde nieuwe handicap in mijn buffer speelde, stelde me al lang tevreden. Dát ik dat haalde lag dus niet aan de veertien punten op de frontnine, maar was bijna volledig toe te schrijven aan de backnine waar ik – mede dankzij twee birdies – tot 21 punten kwam. Ineens liep het weer, vond ik de fairway wel, en ging er eens een putt in.

Waar het de eerste negen holes een worsteling was, liep het de tweede negen weer als een stralend schijnend zonnetje. Dat is golf op ons niveau. Pieken en dalen. Jantje lacht, Jantje huilt. Dit seizoen mag ik tot nu toe veel lachen, ik weet dondersgoed dat het de volgende ronde zomaar weer eens huilen kan zijn. Want aan een golfsabbatical gaan we natuurlijk niet beginnen.

Martijn Paehlig

 

(En vergeet gerust niet een bijdrage te storten voor de zwemtocht die ik in september ga ondernemen… Niet voor niets koos ook Pieter Landman ALS als goed doel voor de lustrumeditie van zijn Royal Run van dit jaar. Ergens volgende week is hij daar overigens uitgebreid over te horen op de radio in de ochtendshow van Gerard Ekdom op Radio2. Inschrijven voor de Royal Run kan hier.)