Met veel, heel veel mooie woorden bouwde hij de spanning op naar het ‘moment suprême’. Studio Sport’s voetbal-ankerman, helemaal afgereisd naar Venlo, stond oog in oog met de man die volgens het NOS-sportjournaille het mooiste voetbaldoelpunt van het jaar had gemaakt. De rijzige speler uit het land van de rijzende zon (het lijkt verdorie wel een Telegraaf-kop) kreeg een ingepakt, ingelijst cadeau als herinnering. En omdat de winnaar een Japanner was (die uit beleefdheid nooit pakjes openmaken waar je bij staat) voegde de presentator eraan toe: “You now may pack it out”.
Ik heb het voor de zekerheid nog een paar keer teruggeluisterd, maar hij zei het echt zo.
Het deed me denken aan Henk van der Meyden die na maandenlang zeuren en leuren opeens Frank Sinatra himself aan de telefoonlijn kreeg en van de weeromstuit niet meer kon stamelen dan: “Did you eat already?”
NOS Studio Sport’s eigen Peter Arnett mag ongetwijfeld ook mee naar het EK, dus ‘that becomes still something’.
Maar …, hij was er wél helemaal voor naar Venlo gereden. Dat soort afstanden zijn in ons gezelschap helaas een punt van discussie geworden.
President Pieter heeft zich daarom rechtstreeks tot ons gewend. Hij kon het woord eigenlijk niet uit z’n pen krijgen, maar de ‘hoge C’ is er dan toch uit.
Crisis in de tent?
Waar zijn de tijden dat hunkerende adspirantleden aan de poort rammelden en hautain te verstaan werd gegeven dat de NVGJ geen wachtlijst kent, doch slechts ‘een lijst van belangstellenden’. ‘We make it self well out who becomes a new lid’.
De VPRO had ooit de slagzin ‘Een goed lid verslapt niet’, maar bij de NVGJ kómen ze tegenwoordig niet eens meer.
Nou vind ik persoonlijk de 200 kilometer-radius ook wel zo’n beetje de grens voor een dagje eropuit. Ik heb niet voor niets onlangs - middenin de nacht - bijna een uur lang uit een stilstaand busraam zitten staren, omdat de rijtijd van de chauffeur was overschreden. En die man had niet eens koffie met worstenbroodje of iets lekkers genuttigd, geen 18 holes achter een balletje aan gelopen, noch een diner met onbeperkte versnaperingen hoeven verwerken.
Als er vroeger op de krant buitenlandse reisjes te verdelen waren rolde men over elkaar heen. Wuustwezel en Oldenzaal vormden daarbij een soort magische grens. Aan de andere kant van de staatsgrens leek het altijd het nét even leuker.
Recentelijk trokken ‘we’ voor een tripje naar het schitterende Glimmen en het pittoreske Afferden nog massaal onze neuzen op. Zuid-Limburg daarentegen is voor veel NVGJ’ers opeens weer buitenland. En Hoog-Keppel, ook niet naast de deur, zal weer zwaar overboekt zijn; mark my words.
Vreemd volkje zijn we toch.
Of zit er iets anders achter?
Vinden we elkaar niet meer leuk? Zijn we immuun geworden voor elkaars sappige verhalen en uitgelachen om de inhoud van John’s moppentrommel? Worden er geen liederen meer aangeheven, raken we uitgekeken op elkaar of zijn we gewoon verwend?
Tja, dan hebben we inderdaad een probleem …
Ik las tussen de reacties op Pieter’s noodkreet zelfs een suggestie om onszelf geografisch op te delen. Een NVGJ en een ZVGJ; een Brune bonen- en een Knoflookdivisie.
Een troost: ons aller Road to Eemnes leidt naar ‘t Gooi, de kaviaarstreek in Midden-Nederland.
Komen!
Ruud Taal