Taal vs Van der Mark: eeuwige dormie

canon_44.pngVannacht beleeft de eerste ronde van de Matchplay-competitie haar deadline. Raar woord eigenlijk, dodenlijn. De uitdrukking blijkt, ik citeer Wikipedia, ontleend aan de deadline-limiet: ‘de lijn rondom een militaire gevangenis, bij overschrijding waarvan een gevangene werd neergeschoten’. Een soort onherroepelijke out of bounds dus. Gelukkig krijg je bij golf in ieder geval nog een second shot om te kunnen overleven. En misschien is dat laatste in mijn geval ook wel zo.

 

De matchplaywedstrijd tussen Gjalt van der Mark en mij is een verhaal van minstens achttien emails lang. Het komt er op neer, want daar waren we snel achter, dat een wedstrijd op een van de homecourses geen optie zou zijn. Hoogezand-Sappemeer of Loenen aan de Vecht, ga er maar aan staan. Indien de eerste matchplay-ronde qua kilometers ietwat duurzamer geprogrammeerd was, dan zou het probleem zeker minder groot zijn geweest. Gjalt werkt zich namelijk nog steeds een slag in de rondte en ik betrap mezelf er regelmatig op het pensionado-schap niet helemaal - of zelfs helemaal niet - te hebben begrepen.

Vooralsnog zouden Gjalt of ik elk zo’n 200 kilometer te moeten rijden om elkaar überhaupt aan de start van een potje (van misschien maar 10 holes) te kunnen ontmoeten. En daarna - al dan niet gedesillusioneerd - weer dezelfde afstand terug. Voor mij op voorhand een canossagang.

De uitkomst voor beiden zou ‘m, althans wat mij betreft, in de meest evenwichtige verdeling van tijd en te rijden kilometers voor beide partijen hebben gezeten. Op basis van Axioma 1 (tussen twee punten bestaat slechts een rechte lijn) leek Zwolle helemaal niet zo’n slechte keus. Of Emmeloord wellicht. Voor Beta-gangers: de wortel uit ((x1-x2)^2 + (y1-y2)^2), waarbij ^2 het kwadraat voorstelt.

Je kunt natuurlijk ook gewoon op Google-maps kijken.

Het liep anders. 

Waren het Gjalts mindere ervaringen in die regio of mijn spontane ontboezeming over puntenrijke overwinningen op die banen reden dat dit voorstel strandde? Laten we het er maar op houden dat het op een doordeweekse dag in competitietijd bijkans onmogelijk bleek om, gelijk op een goedlopende camping in het hoogseizoen, ergens een stukje gras te kunnen reserveren. Een tijdstip dat bovendien ook nog zou passen in Gjalt’s strakke dienstrooster bij het Dagblad van het Noorden. Ik bood uit waardering voor zijn status mijn capitulatie aan, maar de onbevredigdheid daarover bij Mark maakte direct korte metten met die voorgekookte nederlaag.

Even gloorde hoop toen de Volkskrant een acuut gebrek aan krantenpapier meldde. Zou dat wellicht wat ruimte bieden? Niet bij de nuchtere no nonsense inkopers van de NDC Mediagroep dus. Rollen in overvloed. Geen pagina-inkrimping derhalve, maar kennelijk wel minder redacteuren, want Gjalt’s dienstrooster vertoonde, naar mate onze uiterste speeldatum naderde, steeds minder vrije holes.

Totdat, jawel, een korte vakantie van de Van der Markjes op Texel uitkomst leek te gaan bieden. Voor allebei zo’n 100 km van de thuishaven, dus toch. Met dispensatie van het NVGJ-partijbestuur zou het dan toch gaan lukken: op 3 mei. Geen NGF-competitie die roet in eten zou gooien. Maar ja, dan reken je wel buiten de dekselse Texelse dames. Zij hadden geen oog en dispensatie voor twee naar de bal hunkerende heren. De donderdag is hun damesdag!

Na een vergeefse poging met digitale dobbelstenen gooide Gjalt de handdoek maar in de ring: “Ruud, ook uit praktische overwegingen lijkt het me beter dat jij de tweede ronde speelt. Gisteren nog een paar dienstjes in mei in de maag gesplitst gekregen. Maar vanaf juni ben ik volop van de partij bij de NVGJ”.

Voor nu dus: Taal vs van der Mark 18 & 18, een eeuwige dormie.

Ruud Taal