't Regthuys - het verslag

RegtRon_1.jpg

De dag die je wist dat zou komen (deel 3)

Dat was toch weer lekker uitgezocht van al die NVGJ’ers, afgelopen maandag op de sfeervolle golfbaan Regthuys in het Noord-Hollandse Winkel. Ideaal golfweer, prachtige wolkenluchten met af en toe zon, prima temperatuurtje en een stevig windje, want dat hoort daar nu eenmaal. (foto Ruud Taal)

Zonder al te veel verwachtingen afgereisd overigens. Een paar weken geleden bij de wedstrijd in Zeeland schoot het bij het bukken om een tee in de grond te drukken op de eerste teebox, venijnig in de rug en dat was nu, dik vier weken later, nog steeds niet over.  Op wat oefenballen na in die weken maar weinig clubjes vastgehouden, maar dan zul je altijd zien: het is vaak de beste voorbereiding. 

Samen met Hans Terol, die toch ook aardig op tik is de laatste tijd, en Willy Hoogland mochten we achterin het veld beginnen aan de Dijklus op ons rondje Regthuys en dat begon direct lekker. Birdie. Even daarvoor kwam Willy erachter dat er geen putter in haar tas zat, waarop ze verzuchtend sprak: “He verdorie, Rob pakt altijd mijn tas…” Het zou later, veel later, zo tussen hole 7 en 8 van de Tulpenlus, nog leiden tot een aardige discussie tussen de echtelieden. Maar daarover later meer. Willy scheurde in haar buggy naar het clubhuis, terwijl wij alvast afsloegen op de tweede, en kwam weer op tijd terug met een geleende putter. 

Met een parretje op de par drie tweede van de Dijklus gloorde er al iets moois, tot de derde hole die illusie direct weer de kleigrond inboorde. Twee ballen in het miezerige slootje voor de green en een 9! Hans intussen riep dat hij altijd drie holes nodig heeft om er in te komen en dat klopte, want hij begon vanaf dat moment aan een ijzersterke serie. Willy’s afslagen liepen als een dolle, maar het vervolg kende nog wat strubbelingen, waar ze zich, geheel ten onrechte overigens want we kennen dat allemaal tenslotte wel eens, veelvuldig voor verontschuldigde. 

De negen slagen die ik op de derde hole nodig had bleken uiteindelijk de enige hobbel tijdens deze strokeplay-wedstrijd, want het vervolg met drie parren en drie bogeys loog er niet om. Ook Hans scoorde drie parren en wat bogeys dus we konden ons aardig aan elkaar optrekken. 

De immer enthousiaste en buitengemeen aardige baanmanager Jeroen Botman kwam de NVGJ-leden nog persoonlijk opzoeken met worst en meloen in de baan en wees trots om zich heen al verhalend over de vorderingen die er zijn gemaakt in en rond de baan. En dat klopte, want het Regthuys lag er schitterend bij, met sappige groene fairways, uitstekende greens en het immer sfeervolle clubhuis met uiterst vriendelijke en adequate bediening. Het clubhuis is er overigens een uit het boekje. Want zo’n gezellig houten gebouw met prima terras is heel wat leuker dat al die megalomane protserige Trump-torens die je her en der in het golflandschap tegenkomt. 

De Tulpenlus met al z’n hoog en laag bracht niet veel anders. Zeker niet voor Hans die doodleuk op de eerste vier holes vier parren liet noteren. Met nog wat parren en bogeys bracht het hem bruto 82 slagen, een schitterend rondje. Zelf hield ik het bij twee parren en de rest bogeys, dus als bogeyspeler deed dat m’n naam eer aan. Het leverde toch een mooie hoeveelheid punten op en wederom een verlaging van de handicap. Waarop tijdens het diner en prijsuitreiking onder wat slecht scorende B-leden de discussie losbrak of je dan als je door de 18-grens heengaat niet naar de A-categorie moet verhuizen. Dat blijkt niet zo te zijn, maar aan de commentaren te lezen bij de foto’s wordt er hard gestreden om een zomerse transferperiode in te lassen… 

En wat de putter van Willly betrof: toen we Rob bij de teebox van 7 van de Tulpenlus troffen terwijl hij net van de green van 8 kwam, verzuchtte hij: “Ik pak de tas van Willy, ik pak ‘m niet ín!” Enige conclusie waar de twee op uitkwamen was dat de putter helaas na de glorieuze overwinnning van ons Nederlandse golfteam op de Duitsers, daar moet zijn achtergebleven… 

De komende tijd helaas geen wedstrijden voor mij door vakantieperikelen en andere verplichtingen. Maar hoop toch in de nabije toekomst nog een deel vier te mogen schrijven. Maar voor nu, onthou: Alles hat ein Ende nur die Wurst hat zwei

 

Ron PV