Stymie

Een oude vriend, die bezig is met een studie over de ontwikkeling van vrouwengolf,  kwam bij het lezen van een biografie van Belle Robertson, een Amerikaanse, een voor hem onbegrijpelijk verhaal  tegen waaraan strafslagen te pas kwamen.

Bij een kwalificatie wedstrijd voor het Women’s Amateur midden jaren zestig liet ze een putt te kort, en gefrustreerd merkte ze de bal. Twee strafslagen kostte dat, en bijna haar kwalificatie. Haar medespeelster meende dat ze wellicht had gemerkt, om haar meer ruimte voor haar chip te geven, maar nee, hield ze vol, het was echt frustatie geweest.

De referee Joseph Dey wees haar jaren later op een portret van Bobby Jones waaronder ze stonden te praten en zei dat het zo prettig was dat er nog steeds mensen bestonden die geen smoesjes verkochten om een straf te ontlopen. Cheaten, noemde hij het in het boek, en ‘that she chose not to do so.’

Hier volgt de uitleg die ik mijn oude vriend gaf.

In 1952 werd de stymie opgeheven. Niet langer hoefde je om of over een bal op de green te spelen om in de buurt van de hole te komen. Voor die tijd nam je zelfs op de green nooit je bal op, tenzij om hem uit de hole te halen.

Maar het had natuurlijk wel consequenties. 

Nu moest er wel degelijk gemerkt worden, maar met mate. 

Matchplay: als je stymie lag mocht je nu je tegenstander vragen zijn bal te merken. Maar het omgekeerde werd pas in 1984 waar, als je dacht dat je tegenstander gebruik zou kunnen maken van jouw bal die bijv. vlak naast de hole ligt. Stel hij putt net naast de hole en via een carambole met jouw bal holet hij uit. Dat hoef je niet langer tandenknarsend aan te zien want  je mag  merken om dat voordeel weg te nemen. Het raken van een andere bal op de green is trouwens bij matchplay tot op vandaag straffeloos toegestaan.

Strokeplay: Ook al lig jij dichter bij de hole, je laat je bal liggen, want je bent nog niet aan de beurt. Jouw bal ligt daar dus gewoon te wachten op je volgende slag. Zou die ander last hebben van jouw bal dan vraagt hij je die te merken. Maar dat recht heb jij ook. Als je denkt dat een situatie als boven beschreven (de carambole) kan gebeuren, mag je uitputten of merken. Putt je, dan ga je in wezen voor je beurt, en dat mag tot op de dag van vandaag. Je speelt verder, om het voordeel van de andere speler te niet te doen. Hetzij door uitputten, hetzij door merken. Omdat Belle Robertson zo eerlijk was om te zeggen dat er voor haar geen reden was om gebruik te maken van dat recht, kreeg ze de 2 strafslagen.

Pas in 1984 werden de Regels zodanig aangepast dat je echt baas werd over je eigen bal, last of mazzel speelden geen rol meer. Het merken nam een grote vlucht. Maar in de regels staat nog steeds dat je bij strokeplay voor je beurt mag spelen als een ander je vraagt je bal te merken. Alleen wordt er nu eerst gemerkt, schoongemaakt en teruggeplaatst voor je verder speelt. Daar was het natuurlijk nooit om begonnen zoals je in dit lesje historie ziet.

Ik herinner me nog goed hoe ik me, lang geleden, op de vijftiende hole van De Pan opwond bij een finale tussen Barend van Dam en Niels Kraay. Barend vroeg Kraay zijn bal te merken, maar Niels koos voor verder spelen. In plaats daarvan begon hij het inmiddels bekende ritueel alvorens uit te holen. Ik voelde dat de Regels dat nooit zo bedoeld konden hebben.

Aleid Kemper.