Slipjacht

c-RuudTaal-Hubertus.jpg

Ook de NVGJ blijkt niet geheel gevrijwaard te zijn gebleven van de perikelen rond slipjesjager Harvey Weinstein. Waartoe een ingezonden brief van een der leden al niet toe kan leiden.
Het woord slipjacht vind ik in dit geval een volkomen abjecte associatie, maar bij het vernemen van alle vunzigheden was mijn creatieve geest eenvoudig niet in de fles te houden en herinnerde mij mijn jonge jaren als fotograaf (joy’s are forever, nietwaar?). 
Nee, niet wat de lezer waarschijnlijk meteen denkt, maar elk jaar, begin november, mocht ik de Hubertus-slipjacht fotograferen. Een prachtig tafereel in de bossen bij het Leusder landgoed Den Treek. De plek waar de aristocratie te paard temidden van de meute al met de sherry rondging voordat er überhaupt een klaroen geschald had. Een plek ook waarvandaan ik altijd met kouwe klauwen op de scooter, mijn eerste bedrijfsvoertuig, thuis kwam. Sommige indrukken vergeet je nooit.

Een jaartje of wat later, in opleiding tot onderofficier bij Hare Majesteit’s Geneeskundige Troepen, bracht ik in een zandkuil nabij hetzelfde landgoed mijn eerste (en enige, want wat moest een met levensreddende taken opgezadelde hospik daarmee?) handgranaat tot ontploffing. Oordoppen in, hefboompje vastgeklemd houden, pin uit het ding trekken, pin op de rand van het schuttersputje leggen en vervolgens de granaat zijdelings over diezelfde rand heen gooien. Niet andersom, zoals ook wel gebeurde. In dat geval had de begeleidende instructeur vier seconden om de granaat een rotschop te geven en dekking te zoeken; de meesten redden het net binnen die tijd.
Dat was helemaal niks voor een vredelievend mens als ik, maar daarentegen ben ik waarschijnlijk wel de enige NVGJ’er met een EHAF-diploma (en dan mag je iemand knevelen of zelfs dood verklaren; mits in die volgorde).

Bijna vijftig jaar later herkende ik vanaf de back tees van de Hoge Kleij de contouren van de voormalige schutterputjes en de aanpalende schietbaan. Aan de andere kant van de weg ligt Den Treek, waar door de seizoenen heen menig slipspoor is getrokken. En heus niet alleen voor de jacht. De Amersfoortse hunkerbunkers met Huzaren van Boreel en hospikken in opleiding lagen immers op schootsafstand.
Dingen die je nooit vergeet.

Maar over ‘de jacht’ gesproken: de ‘hunt for the Mazda Masters-title’, die telkenjare in dezelfde periode plaatsvindt als de Hubertusjacht, is inmiddels volledig losgebarsten. Een interessante periode, vooral als je kanshebber bent. Ik weet daar alles van. Vorig jaar stond ik na een voorspel van een jaar fier bovenaan om uiteindelijk op de Gooische schietbaan alsnog het onderspit te delven tegen de - als het erop aan komt - altijd ongrijpbare Anna Bakker-van Lennep. In mijn eer aangerand voelde ik me, als een bijrol-acteur in een B-film. Yes, me too. Maar niemand had het er verder over. Net als in de tijden dat een woord als ‘slipjacht’ nog onverdacht was. 

De spanning in mijn categorie zal de komende dagen oplopen, althans voor Ron en Sonja. Zij mogen - terecht - het gevoel hebben enigszins kansrijk te zijn voor de eindzege. Maar hoed je voor het doorgaans ongrijpbare Zeeuwse meisje dat met opgetrokken rokken in jullie slipstream zit. Alle spaarzaam verdiende punten gaan maandag immers rigoureus door de shredder (‘rien ne va plus, ze zijn niet meer van u’) om vervangen te worden door de telling van weleer, waarmee de nummers vier tot en met acht in feite tot B-acteurs verworden. De audities zijn gedaan; daar helpt geen Weinsteintje meer aan. Alsof je - om in Formule 1-termen te spreken - met vier wielen over de green van hole 18 hebt gereden en dientengevolge buiten de prijzen wordt gehouden. 

Maar wat er ook gebeurt, het zal spannen op De Goyer, waar de toppers elkaar deze keer even geen ‘gezellige dag op de golfbaan’ zullen gunnen.

Ruud Taal