Slijtageslag

RTAAL-handicarts.jpg

Naarmate het einde van het golfseizoen dichterbij komt wordt het meer en meer dringen aan de handicart-balies van de ons zo gastvrije golfbanen. De sleet zit er duidelijk in. De verborgen gebreken worden steeds zichtbaarder. Pijntjes aan stramme ledematen, die tot nu toe onder het genot van een lekker temperatuurtje op bikkelhardige wijze werden gedragen (of gewoon niet werden gevoeld), beginnen zich naarmate de zon zich meer naar het zuidelijk halfrond verplaatst meedogenloos te manifesteren. De discussie over het eigen risico in de zorg is voor sommige clubgenoten dan ook helemaal niet meer aan de orde. Gewoon opgebruikt.
Dat zegt niet alleen iets over de gemiddelde leeftijd van het golfersgilde, maar bewijst ook dat de golfsport een groot deel van de seniore samenleving wel degelijk op de been, dan wel in beweging houdt; althans dat probeert. En laat dat nu net een van de speerpunten zijn waarmee gemeentes willen scoren. Maar ja, dan mag (alhoewel dat nergens staat) die sport ook weer niet te elitair zijn. Een knellende kwestie derhalve. Waar de vragend opgehouden handjes van de ‘volkse’ tennis-, voetbal- en hockeyclubs nog wel eens een een grijpstuiver krijgen toegeworpen, al is het maar om de jeugd vanachter de computer te kunnen weghouden, zal een golfclub vrijwel nooit zo’n ruggensteuntje, hoe toepasselijk in dit geval ook, aangereikt krijgen. Eens elitair, altijd elitair. Zo werkt dat helaas, ondanks dat de t-shirts, spijkerbroeken en luid schreeuwende spelers al lang intrede op de fairways hebben gemaakt.

Nu moet ik zeggen dat ons bezoek aan de Brabantse heerlijkheid ‘The Duke’ die gedachte over ‘de elite’ wel enigszins onderschrijft. Maar dat is dan ook niet wat je noemt een gemiddeld golfclubje. Sterker nog, daar heeft men - weliswaar niet met zoveel woorden, maar toch - eigenlijk liever geen dagjesmensen over de vloer. Daar zijn ze heel eerlijk en duidelijk over. The Duke (wanneer mogen we er eens met mooi weer spelen?) zal daarentegen ook de laatste zijn die een beroep doet op onze socialistische vrijgevigheid. O, wat een rijkdom daar in Nistelrode. Letterlijk en figuurlijk. Fraaie baan, rust, prachtig clubhouse, gastvrije dames en heren en een ‘keuken’ om je vingers in af te likken. En dan vergeef ik ze graag de kleine omissie van de lege zeepfles in mijn douchecabine, zodat ik in m’n blote togus bij de belendende cabine om een handje kwak moest bedelen. Ik had ook niet mogen verwachten dat de dame van de receptie mijn rug en andere verkrampte lichaamsdelen persoonlijk zou komen insmeren (anders dan de struise Noord-Hollandse uit Dirkshorn, die ooit zonder met de ogen te knipperen de herenkleedkamer betrad om de bitterballen en vlammetjes persoonlijk aan de man te brengen. Ik weet niet wie er toen meer moest blozen, maar zo’n helpende hand verdient voor mij wel een fikse subsidie). Enfin, het is zo slecht nog niet bij de NVGJ, waar een oud-voorzitter zich bij het open haardvuur van The Duke afvroeg waar ‘die gezellige meerdaagse buitenlandse uitjes van weleer’ zijn gebleven. Zouden er dan werkelijk geen reisjes meer naar de Middellandse Zee te regelen zijn? Is Texel voor ons het verst haalbare exotische oord geworden?
En zo lieten we de wijn nog even door het glas rollen en mijmerden we voort. 

Buiten was het herfst; les feuilles mortes. We zijn op weg naar de grande finale. Nog twee kansen om wat extra puntjes te sprokkelen en dan zit het weer op. 

Maar eerst morgen naar het ziekenhuis voor de uitslag van de knie-MRI. Zie ik je daar nog Rob? Misschien hinkelt Friso er ook wel rond. Of Pieter.

Gelukkig zijn wij uitzonderingen. Het grootste deel huppelt nog steeds vrolijk rond. 
Hoeveel positiever kan ik afsluiten?

Ruud Taal