Purmerend - het verslag

Eigenlijk was ik van plan om, net als de speech na afloop, de eer van het schrijven te laten aan de winnaar in B. Niet alleen ‘om er van af te zijn’, maar ook omdat mijn 39 punten toch wat bleek afstaken bij de 41 van Toussaint. Maar waar Andy op Texel als winnaar in B de honneurs nog met plezier waarnam, sputterde Toussaint wat over dat hij niet voor niets achter een camera stond en wees hij met duim en wijsvinger een afstand van een paar centimeter aan, om aan te geven dat zijn bijdrage minimaal zou zijn. De afspraak om dan maar samen wat te maken, was snel gemaakt. Een tekstuele foursome over de wedstrijd op De Purmer waar het weer prachtig was maar we het desondanks niet droog hielden.

 

Een dag dat alles lukt. Putts die vallen. Ballen die de goede kant op stuiten als je een boom raakt. Via de zandwal op de green belandt. Heel goed gespeeld, maar ook mazzel gehad. Met de support van Helene Wiesenhaan, die zelf heel goed speelde, en Hans Terol wordt het geluk afgedwongen. Topdag dus. Helaas had ik, en velen met mij, het gevoel dat we niet welkom waren. Muntjes voor de consumpties. Waar je de keuze had tussen de wijn van het huis en de wijn van het huis. Naar de tafel gejaagd en na afloop van een zeer zwak bordje saté weer zo snel mogelijk naar buiten. Heb nog gezocht naar de tweede gang van het diner. Niet gevonden. Die mazzel hadden we dus niet. Rest mij de felicitatie aan Martijn die soepeltjes 39 punten scoort met een eagle. De baan in Purmerend ligt mij heel goed, maar gezien de doorgeslagen drang naar financieel resultaat lijkt het mij beter om hier als NVGJ niet meer te komen. We houden nog heel veel prachtige wedstrijden over.’

 Aldus de winnaar in B en laat ik dan ook maar meteen door de zure appel heen bijten. Want om het alleen maar over al het leuks te hebben, kan gewoon niet na een dag als deze. Natuurlijk – en gelukkig – heeft het goede de overhand, maar niet benoemen wat we allemaal zagen en meemaakten, zou raar zijn. Al gebeurt dat vaak wel in de ogen van sommigen. Henri had me er nog over aangesproken op het terras na de ronde. Dat de meeste verhalen over golfbanen toch wel erg hosanna waren en dat je daarmee eigenlijk niet meer kon spreken van een objectief verslag van de gespeelde baan of gemaakte reis.

Toevallig stond er vorige week een artikel over reisjournalistiek in de Volkskrant met min of meer diezelfde vraagstelling. Of de redacteuren van dergelijke stukken wel onafhankelijk genoeg konden schrijven of dat ze met handen (en voeten) gebonden waren aan degene die de reis mogelijk had gemaakt. Immers, geen redactie kan reisverhalen allemaal uit eigen zak bekostigen. Vroeger niet, en nu al helemaal niet. De conclusie was dat de onafhankelijkheid er wel degelijk was, maar dat bij reizen geen sprake was van harde journalistiek in de klassieke zin en dat het vooral ook belevingsverhalen zijn. Daarin staan wel kritische noten, maar het is nooit allemáál slecht. En zo is het toch ook? De douche kan alleen maar bruin en koud water geven, de buren luidruchtig zijn, en het uitzicht niet wat de brochure voorspiegelde, maar dan is er altijd wel dat ene restaurantje in de buurt waar je heerlijk kan eten en wist de eigenaar van het café inderdaad een heel leuk strandje op een half uurtje rijden. Elke wolk heeft zijn zilveren randje.

Waar reizen staat kan je met het grootste gemak golfen invullen. Meer misschien nog wel, want mensen lezen golfbladen omdat ze enthousiast zijn over hun sport en verder geënthousiasmeerd willen worden. Ook dan is er ruimte voor een kritische noot, maar niemand zou een verhaal uitlezen als dat een klaagzang van tweeduizend woorden is. Benoemen dus, misschien met hier en daar een tip of kwinkslag, en het verder vooral hebben over de dingen die wel prettig waren. We zijn hier immers al maar zo kort en op elke baan is wel iets leuks te vinden. Ook hier geldt immers, het is nooit allemáál slecht.

 De Purmer dus. Rood en blauw deze keer. Over de rode lus kunnen we kort zijn. Die lag er, zeker gelet op het natte voorjaar, prima bij. Negen fijne holes waar je niet zomaar overal je driver tevoorschijn kan halen. Een beetje nadenken op de tee, misschien eens een keertje extra opleggen en hopen dat je up-and-down kan maken op de keurig onderhouden greens. Een dikke voldoende wat mij betreft.

Maar dan de blauwe holes… het valt niet mee daar veel enthousiasme voor op te brengen. De oudste holes van het complex lagen er ronduit armoedig bij. Een groot aantal holes was zó nat dat je je af kon vragen of de baan niet beter gesloten had kunnen worden, de bunkers stonden óf vol met water óf bevatten geen korreltje zand, er lagen overal takken op de baan, bomen moesten hoognodig bijgezaagd worden, op de greens was het gras lang tot erg lang, met tal van kale plekken bovendien en tussen 6 en 7 lag de schuilhut, bijna symbolisch, op zijn kop in de bosjes.

Er zijn serieuze plannen om een deel van de baan te sluiten en er woningen te bouwen – de landmeter liep er vast met die reden rond – en de staat van onderhoud hangt daar ongetwijfeld mee samen, maar als ik een tip mag geven aan het management van De Purmer zou ik zeggen: onderhoud de baan tot die tijd beter dan dit, geef bezoekers bij voorbaat aan dat de holes achterstallig onderhoud kampen (en biedt daarvoor compensatie) of sluit de baan. De Purmer is een leuk golfcomplex, maar na een dergelijke ervaring gaan vooral de negatieve verhalen rond. Over de horeca-ervaring heeft de winnaar in B voldoende gezegd. Al voeg ik daar aan toe dat Magnolia normaliter uitstekend eten serveert. Het maal dat wij ‘genoten’ was van een niveau dat ik niet eerder tegenkwam. Kom op Purmer, jullie kunnen zoveel beter dan dit!

Goed, om in de woorden van J.P Balkenende. te blijven is het na het zuur tijd voor het zoet. De smaak van de winst. Weer.

Het klinkt wellicht wat arrogant, dat ‘weer’ winnen, maar in de vier wedstrijden die ik dit seizoen speelde eindigde ik één keer als tweede (op Olympus met 33 punten) en mocht ik maar liefst drie keer de hoofdprijs op komen halen. 37 punten op de Goyer, 75 slagen netto (33 punten) op Texel en nu 39 stuks op Purmerend. Er zijn jaren geweest dat ik minder op tik was. Hoe dat kan? Ach, de golfgoden wikken en beschikken, je probeert eens wat en soms lukt er wat. Als ik dan toch twee elementen moet noemen: de drives zijn de laatste weken ver en recht en een mentaal lesje van Floris Vos doet vooralsnog wonderen. Ook als je dat niet per se verwacht.

De dag na The Masters ben ik in de regel niet op mijn fitst. Vijf dagen vastgelijmd aan het scherm (vijf ja, want ook van de par-3 wedstrijd mis je natuurlijk geen minuut), met ruim te weinig slaap als gevolg, en een om midden in de nacht getikt stukje over de winst van de weinig populaire Reed. Maar als Tony Finau met een zwaar verzwikte enkel (kijk de beelden van zijn juichen na de hole in one op de par-3 baan vooral niet terug…) in de top-10 van The Masters kan eindigen, dan moeten achttien holes op de Purmer ook geen probleem zijn.

De eerste negen gingen redelijk, maar ook niet meer dan dat. Wat gek klinkt als je slechts twee boven par speelt en 21 punten bij mag schrijven, maar het is toch echt de waarheid. Laten we zeggen dat het helpt als je twee keer (‘dat doet ie anders nooit hoor’) vanaf een meter of vijftig, zestig, uitholed. Eén keer voor birdie en vier punten, op de par-5 negende zelfs voor eagle en vijf punten. Vijf! Op één hole! Het zou eigenlijk verboden moeten worden, zei ik tegen marker Ger die zei nog nooit eerder een eagle live te hebben gezien. Waarmee hij vergat dat de ooit door hem geslagen hole in one natuurlijk ook een eagle was. Hij zal zijn ogen dicht hebben gehad van vreugde.

De ogen dicht was op blauw zoals gezegd geen gek idee geweest. De wandeling over de ‘natte negen’ (dixit Pieter Landman) leverde weliswaar achttien punten op, aan de baan lag dat niet. Er waren alleen slechts twee slechte slagen en dat helpt op weg naar een goede score. Een slechte bal vond een boom die akelig in de weg stond, de ander kwam omdat ik me (eigen stomme schuld) liet afleiden door de telefonerende Ger. Dat had hij overigens netjes gevraagd. Hij verwachtte een bericht van zijn nieuwe werkgever (hoera!) dus groot was het plezier toen het telefoontje uit Hilversum niet van Talpa bleek te komen, waar hij als redactioneel archivaris aan de slag gaat, maar van omroep Max met de vraag of hij in een tv-uitzending wilde komen praten over ouderen en hun zoektocht naar een baan. Een typisch geval van net te laat noemen we dat.

De komende weken sla ik door een druk reis- en werkschema even over. Er zijn mensen (Hélène…) die het fijn vinden dat te weten, en wie ben ik om dat dan niet even netjes te melden van tevoren.

Martijn