Op jacht naar de tulp
De eerste wedstrijd op Texel wist ik me nog in te houden. Ik begreep heel goed dat je als nieuwbakken lid niet gelijk de aanval op de prijzentafel moest openen. Dat nieuwe leden eigenlijk een jaar lang niet in de buurt van de prijzentafel mochten komen, hoorde ik pas toen het kwaad op Prise d’eau al was geschied. Aan alle betrokkenen en gedupeerden: Excuses! (maar ik vond het wel erg leuk)
Ik was maandag redelijk vroeg op Prise d’eau, vroeg genoeg om de eerste discussie van de dag op te vangen: ‘Waarom zit er een fles Bar-le-Duc in het lunchpakket en geen fles Prise d’eau?’ Ronald Speijer keek verontwaardigd naar de fles, wachtend op een passend antwoord van dame achter de bar. Veel meer dan ‘tja, ja, eh, dat weet ik niet’ kwam niet uit haar mond, maar ik heb het vermoeden dat het laatste woord hier nog niet over geschreven is.
Met Hans Botman en Madelon Barenbrug begon ik aan mijn ronde door het Tilburgse groen. Op de eerste tee ben ik altijd iets nerveus, maar mijn drive was volgens de starter de mooiste en beste van de dag. Mijn zelfvertrouwen begon spontaan te groeien, maar al meteen op de eerste green werd dat vertrouwen me bruut ontnomen door mijn flightgenoten. Die twee gingen werkelijk als een speer van start en de scores die zij noteerden pasten totaal niet in het plaatje van de op hun kaart staande playing handicaps.
Ik beet mij vast in hun tempo en probeerde mijn beste kaarten op tafel te leggen: mijn korte spel! Helaas, pinpositie vier. De pinpositie die staat voor het gemiddelde aantal putts per hole en die bij de greenkeepers van Prise d’eau bekend staat als sadistisch en journalist-onvriendelijk. Zelfs emmers waren niet groot genoeg geweest om zonder 3-putts rond te gaan. Met brute kracht wist ik uiteindelijk mijn score laag te houden. Zo snel mogelijk bij de green komen om daar het merendeel van mijn slagen te kunnen maken.
Diep onder de indruk was ik van de fitheid van Hans en Madelon. De eerste tekenen van vermoeidheid kwamen pas zeer laat in de ronde. Pas tachtig meter voor de laatste green zuchtte Madelon: ‘Mmm, ik begin moe te worden.’ Chapeau!
Onverwacht mocht ik met 33 punten de eerste prijs in de A-categorie komen ophalen bij kippentemmer Ronald Speijer. Een enorme beker, aangeboden door de gasten Petra en Paul Botman sr., en een paar Hi-Tec schoenen naar keuze.
Paul, voorzitter van Golf & Countryclub Regthuys en eigenaar van het bedrijf Mijn eigen Tulp, had voor de ‘pratende pers’ nog een bijzondere verrassing in petto. Naar een nog nader te bepalen winnaar van een nog nader te bepalen wedstrijd of competitie binnen de NVGJ zou aan het einde van het jaar een tulp genoemd worden! Een enorme eer, wetende dat het zo’n zeventien jaar duurt voordat een nieuwe tulpensoort zich ontwikkeld heeft.
Met de eerste beker in mijn handen begon ik al stiekem te fantaseren hoe een ‘Bert van der Toorn Tulp’ er uit zo komen te zien. Wit met dimples? Lang en kalend? Helaas, de ‘Bert van der Toorn Tulp’ zal er nooit komen. Paul vertelde me dat de naam van een tulp uit maximaal drie woorden mag bestaan.
Nee, Henk Koster, opnieuw winnaar in de B-categorie, maakt natuurlijk veel meer kans op die eigen tulp. Zijn verzameling gewonnen schoenen zou inmiddels zo groot zijn dat hij binnen de NVGJ al Henk Imelda Koster wordt genoemd. Drie woorden en dus perfect voor de naam van een tulp.
De volgende trip ben ik er helaas niet bij. De reis naar Berlijn. Er werd maandag al opgewonden gesproken over die vier dagen. Discussies over wie bij wie gaat zitten, wie vooral niet bij wie gaat zitten, wie achterin mag zitten en welke liedjes er gezongen gaan worden. Als de Muur nog niet was gevallen zou die zeker 15 april omver gaan.
Allemaal heel veel plezier en tot de volgende keer!
Hartelijk groet,
Bert van der Toorn
Schoenverzamelaar Markos-ter
Dankzij Eric waren we er op Prise d’Eau al uit om Henk vanaf nu Imelda MarKoster te noemen