De Prijs

Dit is geen zeikstukkie. En toch gaat het over de Golfpersprijs.
Alle inspanningen van de organisatie ten spijt is het enthousiasme tot inzenden voor onze eigen ‘media’-prijs (de betekenis van het woord ‘pers’ is door de jaren in verregaande staat van ontbinding geraakt) niet om over naar huis te schrijven. Er wordt gemord. Het vlammetje waarmee de kaars brandend wordt gehouden flikkert in een flauwe wind.

Want, wat willen we eigenlijk met ‘de prijs’? En willen we ‘m wel?
Het vurige pleidooi van de opperrichter van de NVGJ, die de prijs ongeveer eigenhandig in het leven heeft geroepen, doet ook mij ieder jaar weer twijfelen. Een tweeslachtige houding - ik geef het toe - die echter meestal doorslaat naar de sympathie die de NVGJ nu eenmaal inneemt in mijn op dit punt sterk verdeelde hart. Want de publiciteit over golf (de derde sport van ons land potverdorie) bevindt zich in een belachelijke, ondergeschoven positie en kan dus wel een opkikker gebruiken. Wij, als beroepsgroep, hebben daarbij een mede-verantwoordelijkheid.

De Nipkov-schijf, de Theo Koomen Award, De Tegel, World Press Photo, de Zilveren Camera en zelfs ‘de Bruidsfoto van het Jaar’, om er vanuit mijn beroepsgroep ook een paar te noemen, zijn evenementen waar in het vak elk jaar naar wordt uitgekeken. Echter, de op voorhand grote zekerheid van kansloosheid voor een nominatie weerhoudt velen er - uit een soort misplaatste trots - van om een paar bestanden uit hun jaarproductie te selecteren voor nadere beoordeling door een jury die - op diezelfde voorhand - vanzelfsprekend niet deugt. Maar is deelnemen niet belangrijker dan winnen? Hebben we dan het hele jaar helemaal niks geproduceerd waar we een heel klein beetje trots op zijn? En als de nietige, zieltogende maar volhardende ‘The Post and Courier’ uit South Carolina de Pulitzer Prize kan winnen, waarom dan niet een columnist of regionaal werkende fotograaf de Golfpersprijs? Want ook als ‘de Joost’ even niet in de driver seat van de zegekar zit betekent dat toch niet dat er over golf helemaal niks boeiends te melden valt? Golf is voor honderduizenden beoefenaars meer dan dat. Recreatie, natuur, beleving, me dunkt voldoende ingrediënten om over te publiceren en qualified voor een jaarprijs.

Vroeger, in de tijd van het betere handwerk, schroomden fotografen niet om kostbare prints persoonlijk en - vooral te elfder ure - bij de World Press Photo-organisatie in het KLM-hoofdkantoor af te leveren om aldaar tijdens het kantoorloze weekend in de lange gangen te worden uitgestald voor de langs paraderende jury. Wie herkent die beelden niet in zijn fotografisch geheugen? Ik mocht jarenlang op de achtergrond meekijken naar dat proces, waar de topshots uit ‘het vak’ hun prijzende of vernietigende oordelen uitspraken over de kwaliteit van het gebodene in hun zoektocht naar de highlights van het jaar. De optelsom van journalistieke inhoud en vakmanschap, daar gaat het om. Ik consumeerde die inkijk iedere keer als waren het college’s aan de Universiteit van de Journalistiek. En als het na dagen van beslotenheid zover was verzamelde ‘de media’ zich in een donkere zaal om de iconen van dat jaar op het doek aan zich te laten verschijnen; als de Oscars van de journalistiek.

De organisatoren van de Golfpersprijs, met alle respect, ‘roepen op tot deelname’. Maar tot wat? Geen regel, nauwelijks een woord over het doel of de intentie van de prijs. Is het dat misschien; het gemis aan richting? Is ‘als het maar over golf gaat’ voldoende om ons over te halen om ’iets’ in te sturen? Past mijn verhaal, mijn geluidsfragment, mijn foto of mijn video wel in die éne mand met appels, peren, knollen en citroenen waaruit de vakkundige jury (ook zo’n heikel punt) het sappigste, lekkerste of interessantste product kiest?
Ik vrees dat we daar wat aan moeten doen om de zaak meer inhoud en glans te geven.

En toch ben ik weer om.
Kan ik nog inzenden …?

Ruud Taal

Golfpersprijs nog een suggestie van Friso

Even niet in de mooie proza zoals van Ruud of Charles maar wel in helder Nederlands een reactie:

Wil je de Golfpersprijs écht een toekomst geven dan is het wellicht een idee ons te laten inspireren door het ‘Oscar’ model.

Simpel:

1. Een groep van 8 NVGJers scout gedurende het jaar in een aantal vooraf vast te stellen categorieën de foto’s, artikelen, posts etc die in de diverse mediavormen verschijnen. 

2. Op basis van al die verzamelde uitingen stellen zij in onderling overleg een shortlist samen van 5 of 10 kandidaten per categorie.

3. Op basis van die shortlist kunen alle leden, sponsors en andere relevante relaties hun top 3 aangeven, online of via een stemformulier. Dat genereert uiteindelijk de winnaars.

4. Tijdens het eindejaarsdiner worden in de diverse categorieën de winnaars feestelijk bekendgemaakt. 

Transparant, simpel en met actieve betrokkenheid van alle partijen voor wie deze prijs belangrijk is.

Friso Leunge

Ik kan me wel vinden in het

Ik kan me wel vinden in het idee van Friso maar de vereniging wil legitimatie door de stakeholders in het Nederlandse golf. Die zitten dan ook in de jury. Daarnaast wil de NGF slechts één GPP uitreiken en niet diverse categoriën.

In plaats van een foto, artikel, video ligt, in mijn bescheiden mening, de oplossing in een prijs voor een persoon die zich heeft onderscheiden iin berichtgeving over het Nederlandse golf. Een soort ouvreprijs.

Zijn we van het meeste gezeik af. Gaan we geen appelen en peren meer vergelijken.

Ronald Speijer

Reactie van Charles

Ons erelid Charles Taylor wil graag reageren op het opiniestuk van Ruud Taal over de Golfpersprijs.

Golfpersprijs moet anders

Ruud Taal zij geprezen. Al eerder, en nu weer, stelt deze meester van woord & beeld, zich positief kritisch op als het onderwerp Golfpersprijs eindejaars opdoemt aan de horizon van de nationale golfwereld.

Als geen ander weet hij daarover treffend een aantal spijkers stevig op de kop te slaan. En toont hij moed om zijn eigen kop daarbij niet weg te houden. Zijn jongste bijdrage op onze site getuigt van zijn grote compassie met dit onderwerp. Mooi.

Ruud schrijft al jaren prachtige columns voor onze vibrerende NVGJ- site en het beeldwerk dat hij dikwijls levert als feestelijke omlijsting van onze wedstrijden, tonen het gedegen vakmanschap dat alom wordt erkend en hogelijk gewaardeerd.

Zoals Ruud zijn er godlof meerdere leden die ons met hun woord & beeld – bijdragen steeds weer verrassen en zo voor een uitdagende en aantrekkelijke vibe zorgen in onze kleurrijke club. Maar dit terzijde want als het om de jaarlijkse Golf Persprijs gaat kun je maar beter concreet en to the point blijven.

De Golf Persprijs vind ik in zijn huidige vorm een aprocrief.  Ongeloofwaardig dus.

Daarvoor zijn vele redenen die door Ruud meestal terecht zijn gemarkeerd. Appels, peren, knollen en citroenen passeren de revue als de jury aan het elimineren van het binnen gekomen materiaal begint. Om tenslotte tot de conclusie te komen dat niet alleen de foto van de Old School golfers uit Loenen met zijn interessante cultuur-  historische waarde het moet afleggen tegen, ja tegen wat eigenlijk? Want zo kun je wel doorgaan. Zo veel woorden, zo veel zinnen, metaforen en wat al niet meer, om over indringende tv- en radioreportages en golf   op social media   nog maar te zwijgen.

Moet de Golf Persprijs dan nog wel blijven bestaan?

Het goede antwoord is ja! En wel om twee redenen. In de eerste plaats heeft de NVGJ dit instituut binnen de nationale golfwereld ooit zelf geïnitieerd en omarmd. Voor onze vereniging is deze persprijs alleen al om die reden een belangwekkend communicatiemiddel richting de golfsport in de breedste zin van het woord. Daarnaast maakt het onze club geloofwaardig omdat we de kennis, kunde en middelen hebben om de golfsport publiek te maken en daar ook zo adequaat mogelijk en met de beste intenties naar handelen. Dit laatste kan uiteraard altijd beter, meer of anders, om er de glans en inhoud aan te kunnen blijven geven waarover Ruud Taal het in zijn recente artikel op onze site terecht heeft. In ieder geval moet deze prijs  altijd in het hart van de NVGJ een plaats hebben.

Hoe kan dit instituut dan weer die glans krijgen?

Door te kijken bij voorbeeld naar de film & entertainment- industrie. Er zijn daar prijzen voor verschillende categorieën, voor mannelijke en vrouwelijke acteurs/actrices, voor films als geheel, voor documentaires, musicals en wat al niet. Het lijkt de NGF wel met zijn prijzen voor de beste speelster, beste speler, beste greenkeeper, het beste team en zo voort. Dat moet voor de Golf Persprijs ook opgaan maar wel zo dat het overzichtelijk, eenvoudig, begrijpelijk, geloofwaardig en kwalitatief verantwoord blijft. En met daarboven een gekende en hoog gekwalificeerde jury waarbinnen de kennis en kunde van de materie als geheel, een vanzelfsprekendheid is. Tenslotte gaat het hier om een gerechtvaardigd en respectvol eerbetoon aan actoren in de golfsport die er richting het publiek toe doen.

 Mijn voorstel is dan ook dit:

  • Golf Persprijs Beeld & Geluid (inbreng NGF, NVG, NVGJ, sponsors)
  • Golf Persprijs woord (inbreng NGFNVGJ)
  • Golf Persprijs social Media (publiek, liefhebbers)

Om dit op deze manier te organiseren is het volgende organigram mogelijk (dus discutabel) van toepassing. De partijen genoemd tussen haakjes zorgen via hun eigen kanalen voor de nominaties. De boven al deze partijen bestaande en aan te stellen jury bepaalt vanuit de nominaties wie voor een van de Golf Persprijzen in aanmerking komt. Let op: ook de inbreng van de sponsors kan van groot belang zijn om reden van verbinding en promotie naar zowel de golfwereld als het publiek dat zich met de golfsport verbonden voelt. De jury bepaalt ook de deadline voor inbreng. Samenstelling van de jury inclusief voorzitter en secretariaat via NGF en NVGJ).

Dit alles met grote dank aan Ruud Taal. Hij zij geprezen/ geprijst, whatsoever.

Charles Taylor, erelid