Ode aan het Kostertje

koken_met_Kostertje_1_0.jpg

Het Kostertje, de prijs die niemand wil winnen. Ik begrijp dat als geen ander. Je hebt die dag al gespeeld als een natte krant en dat word je voor je ‘golfvrienden’ nog eens haarfijn duidelijk gemaakt. En die gasten willen maar een ding weten, ‘hoe weinig punten had-ie’ nu eigenlijk? Aan de andere kant, jongens (en meisjes), wat kun je met dat Kostertje leuke dingen doen in de keuken! Ode aan het Kostertje.

Haast ‘Nix in the Fridge’, ode aan het Kostertje

 

Ik heb wel vaker verteld dat het vermaledijde Kostertje een smaakbom is. De kruiden in het bitter komen tijdens het koken heel mooi tot hun recht. De alcohol verdampt dan wel, maar overdrijf het niet, hè, want smaak hoort subtiel te zijn. Het lichtzoete van het Kostertje versterkt de zoete smaak van uien. Vlees proeft voller van smaak. Een ander voorbeeld: gedroogde paddenstoelen, zoals eekhoorntjesbrood, zuigen het distillaat helemaal op. Dan denk ik meteen aan risotto met eekhoorntjesbrood en gerookte baconreepjes. Met Italiaanse kruiden, natuurlijk. En de risotto niet omroeren, want dan wordt het snot. Nee, omscheppen. Liefdevol omscheppen.  

Het afgelopen weekend hadden we maar beperkt groenten en kruiden in huis. Zeg maar gerust ‘zo goed als niets’. Huishouden van Jan Steen, maar die golft niet. Wat hadden we wel? Alleen een flink stuk Picanha (staartstuk van het rund), wat uien, champignons, knoflook, paar takjes tijm en rozemarijn, speciale kruidenmix van Jonnie Boer en het Kostertje. Ooohh, heerlijk!

 Picanha 

Wie groeit als kok als er ‘nix in the fridge’ is, hieronder het recept voor Picanha welhaast puur, slechts met uien, paddenstoelen, wijn en kruidenbitter; óns Kostertje. Haal bij een goede slager staartstuk. Normaal zijn ze 1,2 tot 1,5 kilo. Snijd het staartstuk door de helft, want dit gerecht is voor twee personen voor twee dagen. De volgende dag om koud te eten. Dus snijd het staartstuk door de helft. Heb je nog wat moois in de vriezer.

Wrijf het te braden deel overdadig in met Picadillo kruidenmix van Jonnie Boer.

Bak het vlees rondom aan in olijfolie, temper het vuur iets en voeg een paar klonten boter toe voor een zachtere smaak. Laat de kruiden niet verbranden.

Neem het vlees uit de pan en laat het rusten. Bak de champignons, knoflook en de uien in het braadvocht en giet daar 2 tot 3 borrelglazen Kostertje en een glas rode wijn bij. Je mag een beetje smokkelen.

De oven staat intussen op 170 graden. Gebruik een braadslede en leg het staartstuk met de spekzijde op de bodem. Giet het mengsel uit de braadpan erover en voeg de verse kruiden toe. Afdekken met aluminiumfolie en in de oven. Check na 20-22 minuten de temperatuur van het vlees met een thermometer. Voor supermals rosé mag de temperatuur van het vlees niet hoger zijn dan 56 graden. (Bij ons de ideale temperatuur, maar let op: vleesthermometers zijn natuurlijk niet geijkt).

Laat het vlees een kwartiertje rusten in aluminiumfolie voor je de helft dun aansnijdt. Wat overblijft kun je de volgende dag koud eten, superdunne plakjes tussen een hard broodje met rucolasalade, uien van de dag ervoor gemixed met verse ui (gesnipperd), met wat licht geroosterde sesamzaadjes in een zachte honing-mosterdsaus.

Heb jij een volgende keer zó slecht gespeeld dat je het Kostertje krijgt, laat dit gerecht een troost zijn. Ode aan het Kostertje.

Ronald Massaut