Ajax

 

Ik schrijf over golf. Full-time. Méér dan full-time zelfs. ‘Kan je daar echt zoveel over schrijven?’, krijg ik nog wel eens te horen. Ja dus. Met gemak. Over banen, toernooien, hoe het moet of waar en waarmee het kan, aan onderwerpen nooit een gebrek. Al zou ik best eens ergens anders over willen schrijven. Zeker vandaag zou ik mijn pen het liefst in een potje rood-witte inkt dopen of rook uit het toetsenbord laten komen over een andere balsport die me na aan het hart ligt.

Het beton van wat straks de #JohanCruijffArena gaat heten golfde onder mijn voeten, mijn oren piepten, van mijn stem was niet meer over dan wat gekras. Met een uitgekiend schot had Kasper Dolberg #Ajax net op een 2-0 voorsprong gezet en het stadion laten ontploffen. 2-0. Nog voor de rust. In de halve finale van de Europa League. Het stadion kookte en kolkte. Voor de wedstrijd waren we in de stemming gebracht door oude beelden van Europese successen. Met name de UEFA Cup van 1992 kwam voorbij. Precies een kwart eeuw geleden, de sterren van toen stonden glunderend op het balkon van de ereloge.

In het voorjaar Europees voetbal bij daglicht, het was even geleden. Het zonnetje viel zelfs nog op de hoofden van de mensen op de lange zijde toen wildvreemde mannen elkaar in de armen vielen na de 1-0. ‘Is dit net zo mooi als in 1992?’, vroeg de jongen die naast me stond, en nieuwe beste vriend nu we toch zo samen stonden te hossen, boven het geschreeuw uit. ‘Nee’, schudde ik. ‘Dit is mooier. Dit is nu.’

1987, 1988, 1992, 1995, 1996, 1997. Allemaal jaren waarin Ajax de halve finale of finale haalde, en in drie gevallen nog won ook. Jaren ook waarin ik er op een of andere manier bij was. 1987 keek ik op het Leidseplein, 1992 stond ik op vak SS in het Olympisch Stadion, en in 1995 zat ik in het Ernst Happel Stadion toen Kluivert met zijn kleine teen de grote beker veilig stelde.

Zoete herinneringen aan prachtige avonden. Al weet ik ook hoe makkelijk het de andere kant op kan vallen. De gebalde vuist van Mechelen-coach Aad de Mos na de nederlaag in 1988 staat nog altijd op mijn netvlies. Ik huilde tranen met tuiten na de verloren finale in 1996 tegen Juventus. En ook de laatste halve finale van 1997 doet nog altijd een beetje pijn: een afstraffing tegen datzelfde Juventus in Turijn, een wedstrijd waarvoor ik meer dan 24 uur in de bus zat, maar waar ik het einde niet van haalde. Zo dichtbij, maar zo ver weg.

Op 3 mei 2017 was er geen sprake van een eerder naar huis willen en kwam dat wat zo ver weg leek voor een Nederlandse club, ineens weer heel dichtbij. Ook na het laatste fluitsignaal leek het of niemand van de tribune af wilde dalen, probeerde iedereen deze betoverende avond oneindig lang te laten duren. De dansende spelers, het gezang op de tribune, de gebalde vuisten, het ongeloof ook. 4-1 in de halve finale tegen een hoog ingeschatte tegenstander, en hoeveel kansen waren er wel niet gemist ook? Hadden we dit echt gezien? Echt meegemaakt? Het deed me denken aan september 1994 toen Ajax met 2-0 van AC Milan won en vijftigduizend verregende fans zich afvroegen of ze niet hadden gedroomd dat hun Ajax net de titelhouder van het veld had getikt.

Lyon is geen Milan, de Europa League niet de Champions League, of het genoeg is om tot in Stockholm te komen moet nog blijken, en of het uiteindelijk een beker oplevert al helemaal. Maar de zo ruim gewonnen thuiswedstrijd tegen Lyon in de halve finale van de Europa League is er eentje die je je over twintig jaar nog helder voor de geest kan halen. Voor clubs uit Spanje, Italie, Engeland, Duitsland, mag het inmiddels ‘gewoon’ zijn om halve finales te spelen, voor clubs uit Nederland is het dat niet. Dat wilde ik nog schreeuwen naar mijn buurjongen, dat hij elke minuut op moest zuigen, moest genieten van elke tel. Alles lezen, alles kijken, alles herinneren.

Ik wilde het zeggen en ik zou het op willen schrijven, maar ja … ik schrijf full-time over golf.

Bijna full-time dan toch.

Volgens mij heeft de

Volgens mij heeft de (teleurgestelde) hacker opnieuw toegeslagen: het vunzige plaatje is verdwenen..

hacker?

Is de website van de nvgj slachtoffer geworden van een groep hackers of heeft de webmaster misbruik gemaakt van zijn macht om een vunzig plaatje toe te voegen aan dit stukje?