Martijn Paehlig

Martijn PaehligMartijn Paehlig is niet alleen een golfspelende journalist,
hij schrijft ook professioneel over de sport.
Voor de site van de NVGJ maakt Martijn een column over
de wereld waar hij beroepsmatig mee te maken heeft.
 

Golf heeft niet het imago een gevaarlijke sport te zijn, maar pas op, een ongeluk zit in een klein hoekje. De speler die in volle vaart in aanraking komt met een golfbal gaat dat moment niet zomaar vergeten…

De wachtkamers van de diverse Eerste Hulp afdelingen door het land zitten op zondag meestal stampvol. Wie de voetballers en hockeyers ziet zitten met gescheurde banden, gebroken ledematen en bloedende hoofdwonden kan zich niet voorstellen dat sporten zo gezond is. Het lijkt wel een aflevering van MASH op sommige momenten.

Een eeuwigheid geleden reed ik met de ouders van een vriendje mee om naar diens hockeywedstrijd te kijken, onderwijl het pleidooi van zijn moeder aanhorend dat voetbal zoveel gevaarlijker was dan hockey. ‘Echt Martijn, dat stomme voetbal moet je eigenlijk maar laten’, zei ze toen we de auto verlieten. Nooit zal ik haar gezicht vergeten nadat we – hooguit één minuut na onze aankomst op de club – een bal op de oogkas van een speler neer hadden zien komen, met al het bloed dat je je daarbij voor kan stellen tot gevolg. Nooit meer iets gehoord over het gevaar van voetbal.

Sporten is gezond en daarnaast ook nog eens goed voor de economie. Zo leveren fitte werknemers volgens onderzoek van onder andere TNO, een besparing op van 240 miljoen. Maar sporten is ook niet zonder gevaar. Recente cijfers kan ik niet overleggen, maar een onderzoek uit 2014 repte over naar schatting 4,5 miljoen sportblessures in 2013, waarvan 3,2 miljoen plotseling ontstonden na een harde tackle, een ongelukkige botsing of een nog ongelukkiger verzwikking. Met de toegenomen sportdeelname (fitness, hardlopen) zal dat niet minder geworden zijn anno 2017.

Dat levert allemaal een hoop pijn op en kost ook een hoop geld. In datzelfde onderzoek worden zelfs de medische kosten per slachtoffer per sport uitgerekend. Voetbal mag dan de meeste blessures opleveren, de kosten per slachtoffer zijn relatief laag, toen nog geen duizend euro per geval. Al wordt dat met 850.000 blessuregevallen alsnog een prijzige aangelegenheid. De duurste sport om geblesseerd te raken is fietsen. Vallen van je fiets – of je nu op hoge snelheid van een berg gaat, of op je zondagse ritje toertochtje onderuit gaat – kost zomaar €2.600,- aan direct medische kosten van behandeling op de Eerste Hulp.

In het onderzoek wordt golf niet eens genoemd als blessuregevoelige sport, laat staan dat het voorkomt in het rijtje grotduiken, basejumpen en vulkaanboarden; de gevaarlijkste (dodelijkste) sporten ter wereld. Niemand zal echter denken dat golf volstrekt zonder blessuregevaar is. De golferselleboog is bekend, net als de verstuikte enkel door dat verduivelde gat in de rough. Om over het gevaar van de golfbal nog maar te zwijgen, niet voor niets is het ieders plicht het waarschuwende ‘Fore!’ te laten horen als iemand geraakt dreigt te worden. Als je iets niet wil is het dat je iemand blesseert met een afzwaaier of ongelukkige bounce. Een golfbal haalt eenvoudig een snelheid van ruim boven de honderd kilometer per uur en kan dan heel hard aankomen en verdomd pijn doen. Zeker als die bal vanaf een paar meter via een boom terugkomt, je hand en daarna je kruis raakt (*), zo heb ik proefondervindelijk vast mogen stellen…

Daar had geen ‘Fore!’ me voor kunnen behoeden.

 

 

 

(* De patient is inmiddels aan de beterende hand, dank u. Het is echter de vraag of er op korte termijn nieuwe Paehligjes mogen worden verwacht…)