Koude oorlog

De Road to Eemnes heeft me de laatste maanden tot in de verste uithoeken van het land - en daar net overheen - geleid. Woensdag nog vier holes gespeeld in België. Ik bedoel maar. 
Die inspanningen waren echter niet voor niks, want Maastricht International (B) is inmiddels aan de zegestok geregen en ik liet daarmee toch al gauw een achttiental collega’s achter me. Die bleken bij mijn binnenkomst voor een deel al onderweg naar huis, daar al een dag eerder gearriveerd (Karel van der G: “Er is code geel afgegeven voor de kleine luchtvaart”) of zaten al heel vroeg in de kantine van M.I.’s baas Guus Loo: “Volgend jaar zitten jullie in een gloednieuw clubhuis”. Of ik dat maar even wilde opschrijven. 
We houden hem eraan.

Toegegeven, de start op de Dousberg geschiedde in de miezer, maar we eindigden in korte mouw. Het werd zowaar nog een prachtige dag. Ik kon uiteindelijk zelfs met droge kleren en een gewonnen minibarbecue in de achterbak mijn route langs ‘s heren wegen en rotondes vervolgen.
Even voor de thuisblijvers: ik ben sinds kort geobsedeerd door alles wat rond is: niet alleen golfballetjes, maar met name verkeersrotondes en dan nog uitsluitend als er iets kunstzinnigs middenin geplempt is. En die fotografeer ik dan tijdens mijn lange mars naar De Goyer (waar trouwens ook een paar ronde juweeltjes om de hoek liggen).

Ook het Rondje (!) Limburg bevatte een aantal exceptionele krentjes in mijn rotonde-pap, want de ‘Percentageregeling beeldende kunst’ is in de loop der jaren ook daar ruimhartig toegepast. 
Elk verloren moment besteed ik eraan en probeer op die manier Neerlands rotonde-bric-à-brac in beeld te brengen (tips zijn welkom: ruud.taal@xcphotos.nl).

Hoe onschuldig die foto-aspiraties ook lijken, deze week werd ik bijna ik het slachtoffer van de aloude Monopoly-spreuk ‘Ga niet langs AF, maar direct naar de gevangenis’. AFCENT in dit geval, want de NATO-gasten in Brunssum houden niet van mannen in golfbroeken met camera’s om hun nek, zo pal voor hun kazernedeur, waar als knipoog naar de geallieerde basis drie metershoge, pastelkleurige zwaarden in de rotonde-grond staan gestoken. De onvermijdelijke smaakdiscussie daarover is door de gemeente ooit opgelost door het kunstwerk tot ‘vergunningvrij straatmeubilair’ te verklaren, zodat zich überhaupt geen enkele commissie er zich meer mee kon bemoeien.
Zo doe je dat in Limburg. 

Of de twee NATO-mannen in blauwe tuinbroeken, die zich naar buiten spoedden om naar mijn escapades (op de openbare weg) en mijn identiteit te informeren, zich dat ook bewust waren valt te betwijfelen, maar ze weten in ieder geval nog steeds niet hoe ik heet. Mezelf van geen schuld bewust had ik even geen trek in dat overijverige gedoe. Journalistiek trekje denk ik; desnoods direct het gevang in.

Het liep sissend af, althans dat dacht ik, want de schrik sloeg me even om het hart toen ik de volgende dag nabij Veldhoven van de weg werd geplukt voor een ‘routine controle’. Ammehoela, dacht ik, die Awacs-vliegtuigen hadden niet voor niets de hele dag boven het ‘Hoenshuis’ gecirculeerd. Na twee dagen hadden ze me dan toch te pakken.

“Goedenavond meneer; alcoholcontrole” en dat uitgerekend na mijn overwinning (en 250 masterpuntjes). Het was maar goed dat de prijsuitreiking dit keer in huiselijke kring had plaatsgevonden en dan ook nog in die van een familie waar zelfs Bert van Leeuwen geen familiediner aan had kunnen slijten. Vooruit, één, twee glaasjes dan, maar daarna zijn Willem en ik - als laatsten - snel onder douche van het Maastrichtse opvangkamp voor verzopen golfers en vervolgens naar huis verdwenen. 

De politiemannen namen nog even een kijkje in de kofferbak, maar zelfs van een gifgroene barbecue tussen een bemodderde golfset keken ze niet op. Ik zou trouwens ook niet geweten hebben hoe ik ze dat allemaal had moeten uitleggen. 
“Alles in orde meneer, u kunt gaan”. Op zo’n moment word ik dan weer wat overmoedig en vraag nog langs de neus weg of ‘er echt niets is’. “Nee, goed reis” op de toon van ‘oprotten nu’.

Vanmiddag patroulleerde er een politieauto in mijn straat (een zeldzaamheid), de kat van de buurvrouw miauwt opeens tegen me, er dreigt onweer en ik krijg spontaan jeuk aan m’n koude oorlogswond.

Als dat allemaal toeval is …

Ruud Taal