Frustrerend
Noem mij één andere activiteit waar je het ene moment van denkt dat je het onder de knie hebt - of dat je zelfs alleen maar wat vooruitgang boekt - om er enkele tellen later genadeloos op gewezen te worden dat je helemaal niets bent opgeschoten. Bij vrijwel alles wat een mens probeert te leren is er wel een soort van lijn te ontdekken in de ontwikkeling. Soms met een dipje, maar heel ver is de terugval zelden. Nee, dan golf. Soms speel je met je handicap 10 als ware je Lee Westwood zelf. Zorgeloos zet je je achter de bal, vrij van obstructie plegende gedachtes. Je drives zitten er lekker op. Je ijzers lijken verder te vliegen dan ooit en zijn natuurlijk kaarsrecht. Als je al eens een green mist dan leg je de bal zonder probleem in de buurt van de hole, en in de cup lijkt wel een magneet te zitten, zo worden je ballen naar binnen gesleept. Met een voldane glimlach zet je je na afloop van zo’n ronde op het terras. Het lek is boven. Na jaren ploeteren weet je nu eindelijk hoe het moet en vol vertrouwen en goede moed kijk je uit naar de volgende ronde. Als je op die ene hole nu ook op de fairway blijft, als je die twee gelipte putts ook weet te holen, dan zit die handicapverlaging er eindelijk in en win je misschien zelfs wel die clubwedstrijd. Als… want zo loopt het natuurlijk nooit. Alles wat op dag A lukte, mislukt op dag B. Zelfs de professionals hebben dat in enige mate. ‘Zelfs de grootste spelers hebben zelden een ronde dat alles lukt. De beste speler is die speler die in staat is zich neer te leggen bij het feit dat onderdeel a, b of c die dag niet top is en van daaruit verder te gaan zonder daar gefrustreerd over te raken’, zei een van de nationale coaches me onlangs. Een mooie gedachte hoor, maar wat als a, b én c niet goed zijn?
|