Eric Korver

Hij is niet de meest spectaculaire speler van het stel. Integendeel zelfs. Eerder een beetje saai, al is dat misschien niet het juiste woord. Hij valt gewoon niet zo op, anders dan door zijn prestaties. Toch heb ik iets met Justin Rose.

 

Dat is eigenlijk ook weer best te verklaren. We hebben namelijk sowieso iets gemeen. Justin is jarig op 30 juli. Net als ik. Ieder jaar feliciteer ik ‘ons’ even met die mooie dag, en soms komt de felicitatie terug. Meestal tag ik trouwens ook nog Graeme McDowell en Christel Boeljon. Ook allemaal op die dag geboren. Je zou bijna zeggen dat 30 juli een garantie is voor topgolfers, ware het niet dat ikzelf die mythe stevig onderuit haal.

 

Maar er is meer.

   lees verder »

Daan

 

Even was het er. Een sprankje hoop. De avond ervoor hadden we nog uitgebreid over hem gesproken. Daan Huizing. Waarom lukte het bij hem toch helemaal niet meer?

Dat was de avond nadat hij de eerste ronde van het Hauts de France Golf Open had afgesloten met 78 slagen. Vijf bogeys en een dubbel, en geen birdie op de kaart. Het had iets treurigs, al dat blauw. Daar kon de foto van de guitig glimlachende Daan niets aan veranderen.

Maar al een dag later dus die hoop. We kwamen ergens halverwege de ronde binnenvallen op die vernieuwde site van de European Tour. De kaart van Daan. Rood. Overal rood. Alleen maar rood. Zeven birdies op de eerste tien holes, zes achter elkaar van vier tot en met tien. En hij was nog niet eens klaar.

Er kwam nog twee keer rood bij. Geen blauw. Negen onder par, 62. Foutloos.

Dit was de Daan Huizing zoals we die kenden uit zijn amateurtijd. Dit was de man die records verpulverde, die de Lytham Trophy veroverde en in de St. Andrews Links Trophy cijfers neerzette waar niemand ooit ook maar bij in de buurt is gekomen. Dit was de Daan Huizing die op de Challenge Tour in twee weken tijd zowel het Northern Ireland Open als de Kharkov Superior Cup won.

Tjonge, wat hadden we die Daan een tijd niet gezien.

Drie jaar lang al blijkt de Challenge Tour een worsteling. Een gevecht dat iedereen lijkt te kunnen winnen, behalve Daan.

Maar nu leek hij ineens los. Zou het lek boven zijn? Het heilige vuur weer ontbrand? Geen idee. Maar er was iets gebeurd, dat stond voor ons vast.

De volgende dag de bevestiging. Weer vier birdies op de eerste negen. Daan stapte met zevenmijlslaarzen door het klassement. Na de spectaculaire stijging van 120 plaatsen een dag eerder, stoomde hij nu meteen door naar plaats één.

Dit ging hem worden, die derde zege op de Challenge Tour, jubelden we.  lees verder »

Middagje terras op Toxandria. Dat was uiterst aangenaam vertoeven, daar in het Brabantse. Gezellige mensen, mooie presentaties. En dat allemaal na een ronde op een heerlijke baan in topconditie.

Maar waar ging het gesprek weer regelmatig over? Tuurlijk, de handicap. Geen toernooi van de NVGJ zonder het gebruikelijke geneuzel over de speelsterkte. We kennen het allemaal.

‘Mijn handicap is te hoog’.

‘Zijn handicap is te laag’.

‘Weer een tiende bij mijn handicap’.

‘Eindelijk mijn handicap wat naar beneden’.

‘Mijn handicap klopt helemaal niet’.

Meer dan voldoende oneliners op zo’n middagje om een stukkie mee te vullen. Luister maar eens goed op het terras. Onlangs ben ik op pad geweest met een groep golfers die het nooit over hun handicap had. Nou ja, bijna nooit. Zeven dagen weg en de keren dat het woord ‘handicap’ viel waren op de vingers van een hand te tellen.

Het opvallende?

Allemaal golfers met een handicap. Een echte. Fysiek.

Martijn leverde met slechts één been een swing af waar de meesten van ons nog iets van kunnen leren. Kruk onder het stompje van waar ooit zijn bovenbeen zat en gáán.

‘Ik kan het ook op één been’, liet hij lachend weten.

Jurgen gaat de baan over in zijn paragolfer. Ingenieus voertuig dat het spelers die niet staand kunnen slaan toch mogelijk maakt overeind te komen en zo te kunnen golfen. Ook Jurgen, ondanks zijn hoge dwarslaesie. ‘Dit is alles voor me’, vertelt hij.

Voor Leon geldt hetzelfde. Progressieve spierziekte, maar de golfsport heeft hij helemaal ontdekt.

Ze hebben veel te bepraten met elkaar, zo na een rondje. Maar de handicap komt niet ter sprake. Niet de speelsterkte, niet de eigen beperking. Hooguit in de grappen die ze maken ten koste van elkaar en ten koste van zichzelf. Even wennen, wel leuk.

Natuurlijk hebben ze hun frustraties. Maar die gaan over een tee die met de  lees verder »

Het zit er weer op, de Olympische Spelen in Rio. Het grootste sportevenement ter
wereld leverde gemengde gevoelens op, ook bij de leden van de NVGJ die voor de diverse media werkzaam waren in Rio, waar golf voor het eerst sinds meer dan een eeuw weer op de olympische kalender stond.

Hij is dan ook vergeven, de erfenis van George Lyon. Nee, dat waren niet zijn
bezittingen, toen de Canadees in 1938 voorgoed de ogen sloot. Geen geld, geen
land. De echte erfenis van George Lyon was zijn olympische titel. Die verdiende hij in 1904, in St. Louis. Een stunt van jewelste. De Amerikaanse golfers haalden daar alle medailles op. Allemaal, behalve eentje. En laat dat nou net de belangrijkste zijn. In het strokeplaytoernooi liet Canadese George al die Amerikanen achter zich.

Of dat de reden is waarom golf vier jaar later van de olympische agenda was
verdwenen, is niet duidelijk. Feit is dat er 112 jaar moest worden gewacht op het
volgende olympische golftoernooi. En zo lang duurde het dus ook tot George Lyon eindelijk een opvolger krijgt.

Dat is toch wel wat, dat je je zelfs bijna tachtig jaar na je dood nog regerend
olympisch kampioen mag noemen. Verdedigen heeft hij zijn titel nooit gekund, maar dat zal George een worst geweest zijn. Hij belandde in ieder geval in de boeken als de langst regerende olympisch kampioen ooit.

Justin Rose heet zijn opvolger, na een olympisch golftoernooi dat vooral vooraf de gemoederen aardig bezig hield. Het Zika-virus hield veel wereldtoppers weg, en andere redenen om af te zeggen werden ook snel gevonden. Maar hadden de thuisblijvers gelijk? Het lijkt erop van niet. Vooralsnog is er niemand ten prooi gevallen aan het mugje dat Zika verspreidt, en het toernooi op de Olympic Golf Course was een mooi succes.

Justin Rose was daarin heel duidelijk. De winnende Engelsman had het over een  lees verder »

Het zit er weer op, het wereldkampioenschap rugby. Tja, als je zelf in de grootste sport ter wereld geen rol meer speelt, ga je je blik verleggen. Rugby dus. En eerlijk is eerlijk: het was fantastisch. Wat een fenomenaal evenement. (Niet te verwarren met foekemenaal, wat inmiddels ook staat voor presteren in de buitencategorie, maar dan in de golfsport. Als hij zo doorgaat terug te vinden in de volgende editie van de Dikke Van Dale, maar dat terzijde.)

Rugby dus. Daar kwam het gesprek deze week op de prachtige Goyer ook op. En dan vooral op de Haka, de traditionele opening van de All Blacks, gebaseerd op een oude krijgsdans van de Maori. Fascinerend, meeslepend, indrukwekkend, en meer van dat soort superlatieven.

‘Kunnen wij geen Haka doen?’, werd er op het terras terloops geopperd.

‘Wij doen elke week al aan hakkuh’, was het gevatte antwoord.

De gedachte bleef toch hangen.

Een Haka.

Op de golfbaan.

Kijk, dat zou die Duitsers nog eens leren. En de Belgen. Ik zie het al helemaal voor me.

Fonkelende ogen boven het grijze baardje van Friso jagen schrik aan. Geldt ook voor de naast hem stampvoetende Marijke Brouwers, die opeens een heel andere therapie heeft ontdekt. Ruud heeft zijn kekke colbertje ontdaan van de mouwen en heft de blote armen gillend ten hemel.

‘Ka mate! Ka mate! Ka ora! Ka ora!’

Vlak voor hem staan onze oud-voorzitters Charles, Leo en Pieter zij aan zij. Handen kletsen beurtelings op hun dijen en op hun onderarmen. De haren van Pieter zwiepen wild in het rond. Ger en René zakken diep door hun knieën en stappen vastberaden naar voren. Dreigend gezicht, wilde blik.

‘Tenei te tangata phuru huru!’  lees verder »