Beter moeten. Beter willen. Beter kunnen.

Niet alleen voor ons zit het seizoen er op, ook vrijwel alle circuits zijn uitgespeeld. 2017 gaat niet de boeken in als een succesvol golfjaar voor Nederland, die conclusie zal door weinigen worden weersproken.

December is al tien jaar de tijd van de winterviews, van de terugblikken op het seizoen, het vooruitkijken naar het nieuwe jaar. Gewoontegetrouw publiceer ik die stukjes op golfermsagazine.nl in oplopende volgorde van succesvol zijn, maar voor dit jaar is dat bijna niet te doen. Wie kan nu écht heel tevreden zijn over het voorbije seizoen?

Het is mooi dat Lars van Meijel via de Order of Merit van de Alps Tour promotie naar de Challenge Tour afdwong en onderweg ook een wedstrijd won, net zoals Robbie van West dat via een zijdeur op de Pro Golf Tour deed. De halve Nederlander Johannes Veerman staat er goed voor de Order of Merit van de Asian Tour, Daan Huizing redde het nog bijna op de Challenge Tour, Joost Luiten speelde niet groots maar eindigde opnieuw kinderlijk eenvoudig in de bovenste regionen van de European Tour en Anne van Dam doet met gemak met de besten mee op de LET.

Maar wie van hen spreekt over een mooi succesvol golfjaar?

Natuurlijk gaat het om meer dan de Order of Merit, maar hoe vaak deden Nederlanders mee om de winst? Om over het aantal behaalde overwinningen nog maar te zwijgen. Een enkele piek, maar vooral veel dalen, dat lijkt 2017 het beste samen te vatten. Kaarten werden verspeeld, veel cuts werden gemist, Qualifying School leverde niet het gewenste resultaat.

Niet alleen in het voetbal miste Nederland in 2017 een belangrijke slag. Althans, wie kijkt naar de uitslagen van de Belgen, de Fransen of de Engelsen, kan niet anders dan concluderen dat er ‘daar’ een blik talenten opengetrokken lijkt, terwijl het ‘hier’ behelpen is. De mannen die al jaren proberen het hoogste niveau te bereiken, slaagden daar opnieuw niet in, en de nieuwkomers kloppen ook niet overdreven hard op de deur.

Over het hoe en waarom daarvan kan in het clubhuis menig boom op worden gezet, of menig artikel worden geschreven, en dat zal ook zeker gebeuren. Omdat het beter moet. Omdat het beter kan. Omdat we zo graag beter willen. Voor 2018. Voor de jaren daarna. Maar of het voor 2017 leuke winterviews oplevert… ik heb zo mijn twijfels.

Column in GM

Hier een column die ik 15 maanden terug voor Golfers Magazine schreef:

-

We hebben een bondscoach die als hij de kans krijgt liever op de European Tour speelt. Hij heet Maarten Lafeber en tijdens de KLM Open op The Dutch, waaraan hij deelnam, zei hij: “Dit is voor mij een voorbereiding op de qualifying school, waar ik mijn kaart voor het hoogste niveau kan halen.”

“Hoe doe je je werk als bondscoach dan, Maarten?” vroeg een wakkere AD-verslaggever.

“Deze week ben ik Lafeber de golfer en doe ik niets voor de NGF”, antwoordde de 41-jarige Eindhovenaar. “Ik kijk alleen met een schuin oog naar de amateurs die meedoen, maar dan vooral vanwege het WK.”

Right.

Hoe staat het Nederlandse golf ervoor? In de breedte nog steeds prima, al stagneert de boel een beetje. We hebben zo’n 400.000 golfers, de NGF is de vierde sportbond van het land. Aan de top is het knudde. Joost Luiten was het afgelopen jaar de enige Nederlandse vertegenwoordiger in de eredivisie van de European Tour, bij de vrouwen hebben we Dewi-Claire Schreefel, Christel Boeljon en Anne van Dam. Vergelijk dat eens met landen als Zweden, Denemarken, Spanje, Frankrijk, noem maar op, waar ze echt niet zoveel meer actieve golfers hebben dan in Nederland, vaak zelfs minder, maar waar de topspelers bijkans over elkaar struikelen.

”Daar ligt een complex van factoren aan ten grondslag”, zou Rinus Michels gezegd hebben. Eén zo’n factor, een niet onbelangrijke: golf is hier een, excusez le mot, ouwelullensport. Wat voor de hele golfwereld geldt, geldt voor de Nederlandse golfwereld in het bijzonder. Meer dan bijvoorbeeld in Zweden, waar twintig procent van de golfers jonger dan twintig jaar is.

Hoe je het ook wendt of keert, de jeugd zal de talenten moeten voortbrengen die aan de top de concurrentie met al die Zweden, Denen, Spanjaarden en Fransen dienen aan te gaan. Gebeurt dat, dan zal nog meer jeugd voor de golfsport kiezen. Het sneeuwbaleffect. Goed voorbeeld doet volgen. Zo gaat dat nu eenmaal.

Maar ja, dan zal de huidige jeugd toch eerst naar grotere hoogten moeten worden gestuwd.

Lukt dat met een parttime bondscoach die als hij de kans krijgt liever op de European Tour speelt?

Niks tegen Maarten Lafeber. Jarenlang was hij een uitstekende ambassadeur voor de Nederlandse golfsport. Maar is hij de juiste man op de juiste plaats? Getuigt dit niet van een iets te amateuristische aanpak? Hebben we geen bondscoach nodig die 24 uur per dag bloedfanatiek de lijnen uitzet?

Tip voor de NGF: ga eens praten met Joop Alberda.

Die man weet dingen.

Wat de NGF doet voor de jeugd

Eens met Pieter. Een voorbeeld: de Goyer heeft één van de meest actieve en professioneel georganiseerde commissies op gebied van jeugdgolf. De ondersteuning van de NGF is minimaal: geen geld, geen actieve ondersteuning. Wel af en toe ‘regiobijeenkomsten’, waarbij de ervaring van de commissieleden leert dat het uitwisselen van ervaringen en ideeën tussen clubs onderling meer effect heeft. Als de NGF in de basis al zo weinig doet om dit soort initiatieven te stimuleren, zullen ook over 20 jaar geen Luitens op de Tour spelen. 

Wat vind jij, Martijn?

Hij speelde goed, hij haalde bijna de cut.

Martijn, je kunt toch niet als positief nieuws schrijven: „Daan redde het bijna op de Challenge Tour”. Dat is net zoiets als: Hij speelde goed, haalde bijna de cut”. Ook het verhaal van Jan Kees van der Velden toont nog eens aan hoe de leiding van de NGF, de schuld van de zeer matige prestaties van onze jonge golfers, steeds weer bij anderen legt. Het ligt aan de spelers zelf, die er niet genoeg voor over hebben om de top te halen. En zijn het niet de spelers, dan zijn het wel de clubs die te weing aandacht schenken aan de jeugd.

Zou de leiding van de NGF niet eens moeten nadenken of er misschien iets mis is bij de NGF zélf. En om te beginnen eens kritisch kijken naar het eigen functioneren.

En dan is er ook nog een bondscoach, die zelf ook nog speelt. Gelukkig haalt hij meestal „bijna de cut”, zodat er nog wat tijd overblijft voor zijn echte baan. Echt inspirerend voor de jonge golfers in ons land. Mijn mening: dit is tekenend voor het falend beleid bij de NGF.

 

Extra alinea, Martijn?

Als íemand veel kennis en inside informatie heeft over het Nederlandse (top)golf, ben jij het wel, Martijn! Mogen we nog een extra alinea verwachten hoe het naar jouw mening komt dat we met zoveel golfers als enige Europese land al járen zo’n smalle basis in het topgolf hebben?